De voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-Holland behandelde op 25 juni 2025 het verzoek tot verlenging van een tijdelijk huisverbod en contactverbod opgelegd aan verzoeker. Het huisverbod was ingesteld vanwege een vermoeden van ernstig en onmiddellijk gevaar voor de echtgenote en de minderjarige dochter van verzoeker.
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen de verlenging van het contactverbod en het huisverbod, stellende dat er geen concrete signalen van geweld of bedreiging meer waren en dat een veiligheidsplan en overleg met hulpverleners hadden plaatsgevonden. De burgemeester van de gemeente had het huisverbod en contactverbod verlengd tot 7 juli 2025.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het huisverbod terecht was verlengd vanwege het blijvende gevaar en het ontbreken van duurzame veiligheidsafspraken. Echter, de verlenging van het contactverbod met de dochter werd vernietigd omdat er overeenstemming bestond over contact onder toezicht van de Jeugdbescherming, waardoor onvoldoende aanleiding was voor verlenging.
Het verzoek tot voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de rechter onmiddellijk in de hoofdzaak had beslist. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.