Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.De vordering
€ 12.772,44en dat aan de veroordeelde de verplichting zal worden opgelegd tot betaling aan de Staat van dat bedrag ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
2.Het verloop van de procedure
3.Het standpunt van de officier van justitie
5.Vaststelling van het wederrechtelijk verkregen voordeel
€ 12.772,44.
6.Toepasselijke wettelijke bepaling
7.Beslissing
12.772,44euro (twaalfduizend zevenhonderdtweeënzeventig euro en vierenveertig eurocent), ter ontneming van het geschatte wederrechtelijk verkregen voordeel;