De werkneemster was sinds 1 oktober 1997 in dienst bij Stichting Social Leisure, waarvan de werkzaamheden in december 2023 zijn overgenomen door Dijk en Waard Sport B.V. Na een enkelblessure was zij arbeidsongeschikt en werkte zij gedeeltelijk in re-integratie. In januari 2025 solliciteerde zij bij een andere werkgever, Pieter Raat Stichting (PRS), maar deze baan ging niet door.
De werkgever stelde dat de werkneemster haar arbeidsovereenkomst op 23 januari 2025 had opgezegd, hetgeen de werkneemster betwistte. De kantonrechter vond dat niet was komen vast te staan dat de werkgever de arbeidsovereenkomst had opgezegd en dat de voorwaardelijke vernietiging van een opzegging door de werkneemster daarom niet toewijsbaar was.
De kantonrechter liet in het midden of de werkneemster zelf had opgezegd, maar oordeelde dat de werkgever haar niet aan een eventuele opzegging mocht houden omdat zij onvoldoende was geïnformeerd over de gevolgen en de opzegging niet schriftelijk was gedaan, zoals de CAO voorschrijft.
De arbeidsovereenkomst bleef daardoor bestaan en de werkgever werd veroordeeld tot doorbetaling van loon tijdens ziekte, betaling van wettelijke verhoging en rente, en tot wedertewerkstelling van de werkneemster. Tevens werden de proceskosten aan de zijde van de werkneemster toegewezen.