Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het verloop van de procedure
2.De feiten
3.Het verzoek
4.De standpunten
5.De beoordeling
[1]De kinderrechter overweegt hiertoe als volgt.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering om de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen te verlengen. De kinderen zijn sinds november 2024 onder toezicht gesteld en verblijven momenteel in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder.
De aanleiding voor de uithuisplaatsing is een vervelende seksuele ervaring van een van de kinderen, die in de Syrische cultuur ernstige gevolgen kan hebben binnen de familie, met een reëel risico op geweld door de oudere halfbroer. Daarnaast is er sprake van frequente ruzies tussen de moeder en de kinderen, veelvuldig schoolverzuim en een onveilige thuissituatie waarin hulpverlening niet van de grond komt.
De kinderen geven aan hun moeder lief te hebben en het liefst bij haar te willen wonen, maar erkennen de onrust thuis en ervaren minder stress in de huidige situatie. De moeder erkent de problemen en heeft zelf om hulp gevraagd, maar kan de veiligheid van de kinderen niet waarborgen.
De kinderrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en dat Nederlands recht van toepassing is. De eerder verleende spoedmachtiging blijft gehandhaafd. Gezien de aanhoudende onveiligheid en het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen, wordt de machtiging tot uithuisplaatsing verlengd tot 11 november 2025, het einde van de ondertoezichtstelling. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt.
Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt verlengd tot het einde van de ondertoezichtstelling op 11 november 2025.