ECLI:NL:RBNHO:2025:6784

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
11336174
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel 7 van de VerordeningArtikel 5 lid 3 van de Verordening
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatievordering wegens vertraagde vlucht afgewezen wegens niet tijdig gereedstaan toestel

AirHelp vordert compensatie van Corendon Dutch Airlines wegens een vlucht die op 22 juni 2024 met meer dan drie uur vertraging aankwam op de eindbestemming Hurghada. De passagier had haar vorderingsrecht aan AirHelp gecedeerd. De vervoerder stelde dat de vertraging werd veroorzaakt door buitengewone omstandigheden, zoals een ontruiming van de D pier op Schiphol en beperkingen door de luchtverkeersleiding.

De kantonrechter stelt vast dat het toestel niet tijdig gereed stond voor vertrek, een feit dat door de vervoerder niet is betwist. Hierdoor faalt het beroep op buitengewone omstandigheden. De kantonrechter hoeft daarom niet te beoordelen of de vervoerder alle redelijke maatregelen had genomen.

De vordering tot compensatie van € 600,00 plus wettelijke rente en proceskosten wordt toegewezen. De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente vanaf de datum van de vlucht, proceskosten en nakosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van € 600,- compensatie plus wettelijke rente en proceskosten wegens niet tijdig gereedstaan van het toestel.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11336174 \ CV EXPL 24-6979
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de vennootschap naar het recht harer vestiging
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: AirHelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof (Lof Legal Services)
tegen
de vennootschap naar het recht harer vestiging
Corendon Dutch Airlines B.V.
gevestigd te Badhoevedorp
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: A.P.N. den Dunnen
De zaak in het kort
AirHelp heeft van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. De vervoerder voert aan dat de vertraging het gevolg was van buitengewone omstandigheden, namelijk een ontruiming van de D pier te Schiphol en opgelegde beperkingen door de luchtverkeersleiding. Het verweer van de vervoerder slaagt echter niet, nu als onbetwist is komen vast te staan dat het toestel niet tijdig gereed stond voor vertrek. De kantonrechter komt daarom niet toe aan de beantwoording van de vraag of de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen. De vordering van AirHelp wordt daarom toegewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder haar op 22 juni 2024 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Hurghada Airport (Egypte), met vlucht CD675 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd. De passagier is met een vertraging van meer dan drie uur aangekomen op de eindbestemming.
2.3.
De passagier heeft haar vermeende vorderingsrecht gecedeerd aan AirHelp.
2.4.
AirHelp heeft daarom compensatie van de vervoerder gevorderd.
2.5.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
AirHelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de nakosten.
3.2.
AirHelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). AirHelp stelt dat de vervoerder haar vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,00. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
Vast staat dat de passagier met een vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming is aangekomen. In beginsel moet de vervoerder dan compenseren. Dit is anders als de vervoerder kan aantonen dat de vertraging het gevolg is geweest van buitengewone omstandigheden die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden. [2]
4.3.
De vervoerder stelt in dit verband dat de vlucht met een vertraging van 3 uur en 52 minuten te Hurghada is gearriveerd. Deze vertraging is veroorzaakt door verschillende omstandigheden, waaronder onder meer de ontruiming van de D pier op Schiphol en opgelegde beperkingen door de luchtverkeersleiding. Ten aanzien van de overige vertragingsoorzaken van de vlucht doet de vervoerder geen beroep op buitengewone omstandigheden.
4.4.
AirHelp betwist dat sprake is geweest van buitengewone omstandigheden. Zij voert hiertoe aan dat het toestel niet tijdig gereed stond voor vertrek. Als dit wel het geval was geweest, dan had zij niet te maken gekregen met de ontruiming van de D pier en beperkingen door de luchtverkeersleiding, aldus AirHelp. De vervoerder heeft dit niet betwist, zodat dit is komen vast te staan. Gelet op het voorgaande is de kantonrechter van oordeel dat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt. De kantonrechter komt derhalve niet toe aan de bespreking van alle redelijke maatregelen. De gevorderde hoofdsom zal daarom worden toegewezen. De over de hoofdsom gevorderde wettelijke rente is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
4.5.
De vervoerder zal in het ongelijk worden gesteld. Daarom zal hij worden veroordeeld in de kosten van de procedure. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door AirHelp worden gemaakt. De gevorderde rente wordt toegewezen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan AirHelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 22 juni 2024 tot aan de dag van de algehele voldoening;
5.2.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van de proceskosten die aan de kant van AirHelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 135,97;
griffierecht € 328,00;
salaris gemachtigde € 270,00;
vermeerderd met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.3.
veroordeelt de vervoerder tot betaling van € 67,50 aan nakosten, voor zover AirHelp daadwerkelijk nakosten zal maken, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum gelegen 14 dagen na betekening van dit vonnis;
5.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.
2.Artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening.