ECLI:NL:RBNHO:2025:6778

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
18 juni 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
11042362
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering passagiers compensatie vertraagde vlucht wegens niet meevliegen

De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten voor een vlucht van Amsterdam naar Helsinki op 30 april 2022, die door de vervoerder vertraagd werd uitgevoerd. Zij vorderden compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004 wegens een vermeende vertraging van meer dan drie uur.

Tijdens de procedure betwistte de vervoerder dat de passagiers met de vlucht zijn meegevlogen en stelde dat zij reeds restitutie en vergoeding van extra kosten hadden ontvangen. De passagiers konden niet aantonen dat zij met de vlucht zijn meegevlogen en dat zij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn aangekomen.

De kantonrechter oordeelde dat de passagiers voldoende hadden onderbouwd dat Aviclaim hen mocht vertegenwoordigen, waardoor het niet-ontvankelijkheidsverweer faalde. Echter, omdat niet is komen vast te staan dat de passagiers daadwerkelijk zijn meegevlogen, werd de vordering afgewezen.

De passagiers werden veroordeeld tot betaling van de proceskosten en nakosten, die voor de vervoerder zijn vastgesteld op respectievelijk €270 en €67,50. Het vonnis werd uitgesproken op 18 juni 2025 door kantonrechter S.N. Schipper.

Uitkomst: De vordering van de passagiers tot compensatie wegens vluchtvertraging wordt afgewezen omdat niet is komen vast te staan dat zij met de vlucht zijn meegevlogen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11042362 \ CV EXPL 24-2314
Uitspraakdatum: 18 juni 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:

1.[eiser 1]2. [eiser 2]beiden wonende te [plaats]

eisers
hierna gezamenlijk te noemen: de passagiers
gemachtigde: mr. R. Bos (ProBe-ASP B.V., handelend onder de naam Aviclaim)
tegen
de vennootschap naar buitenlands recht
Finnair OYj
gevestigd te Vantaa (Finland)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. T. Teke (Warendorf Advocaten en Notarissen)
De zaak in het kort
De passagiers hebben van de vervoerder (onder meer) compensatie gevraagd voor een meer dan drie uur vertraagde vlucht. Niet is komen vast te staan dat zij met deze vlucht zijn meegevlogen en dat zij met een vertraging van meer dan drie uur te Helsinki zijn gearriveerd. De vordering van de passagiers wordt daarom afgewezen.

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan de vervoerder hen op 30 april 2022 moest vervoeren van Amsterdam-Schiphol Airport naar Helsinki-Vantaa Airport (Finland), met vlucht AY1306 (hierna: de vlucht).
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht vertraagd uitgevoerd.
2.3.
De passagiers hebben compensatie van de vervoerder gevorderd in verband met een vermeende vertraging van meer dan drie uur op de eindbestemming.
2.4.
De vervoerder heeft niet uitbetaald.

3.Het geschil

3.1.
De passagiers vorderen dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 800,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag te rekenen vanaf direct na de vertraging, althans vanaf de datum van de ingebrekestelling dan wel vanaf de datum van betekening van de dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;
- € 120,00 aan buitengerechtelijke incassokosten, te vermeerderen met wettelijke rente;
- de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
De passagiers baseren hun vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). De passagiers stellen dat de vervoerder hen vanwege de vertraging van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 400,00 per passagier. [1]
3.3.
De vervoerder voert verweer. Op zijn verweer wordt ingegaan bij de beoordeling.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder stelt dat de passagiers in hun vordering niet-ontvankelijk moeten worden verklaard en betwist in dit verband dat zij Aviclaim hebben gemachtigd om hen in deze procedure te vertegenwoordigen.
4.3.
Het niet-ontvankelijkheidsverweer van de vervoerder faalt. De kantonrechter oordeelt dat de passagiers met het overleggen van de boekingsdocumenten, kopieën van de legitimatiebewijzen en de stukken getiteld ‘volmacht - akte van cessie’ voldoende hebben onderbouwd dat zij Aviclaim hebben gemachtigd om namens hen te procederen. De kantonrechter gaat dan ook aan het verzoek van de passagiers om mondelinge behandeling voorbij.
4.4.
De vervoerder voert aan dat de passagiers niet zijn meegevlogen met de vlucht. Zij hebben om restitutie van de ticketprijs en vergoeding van extra kosten verzocht. Deze kosten zijn vervolgens voldaan, aldus de vervoerder. De passagiers hebben dit niet betwist, zodat dit is komen vast te staan. Derhalve is niet komen vast te staan dat zij met meer dan drie uur vertraging op de eindbestemming zijn gearriveerd. De keuze van de passagiers om niet op de reparatie van het toestel te wachten, kan de vervoerder niet worden tegengeworpen. De vordering van de passagiers zal daarom worden afgewezen.
4.5.
De proceskosten komen voor rekening van de passagiers, omdat zij ongelijk krijgen. Ook de nakosten worden toegewezen, voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt.

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
wijst de vordering af;
5.2.
veroordeelt de passagiers tot betaling van de proceskosten, die tot en met vandaag voor de vervoerder worden vastgesteld op een bedrag van € 270,00 aan salaris van de gemachtigde van de vervoerder;
en veroordeelt de passagiers tot betaling van € 67,50 aan nakosten voor zover deze kosten daadwerkelijk door de vervoerder worden gemaakt;
5.3.
verklaart dit vonnis – voor wat de proceskostenveroordeling betreft – uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter

Voetnoten

1.Artikel 7 van Pro de Verordening.