De rechtbank Noord-Holland heeft op 15 mei 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen een verdachte die op 11 december 2024 te Haarlem werd betrapt met 1362,5 gram cocaïne, 18,01 gram heroïne en een contant geldbedrag van €39.075. De verdachte heeft bekend en verklaard dat de drugs en het geld van hem waren. Hoewel de verdediging stelde dat de schuld mogelijk voor anderen werd gedragen, achtte de rechtbank de bekentenis betrouwbaar en overtuigend.
De rechtbank motiveerde de bewezenverklaring op basis van de consistente bekentenis, de omvang van de aangetroffen middelen en het ontbreken van een concrete verklaring voor de herkomst van het geld. Er was een vermoeden van witwassen, omdat het geldbedrag niet verklaard kon worden uit legale inkomsten. De verdachte had geen verifieerbare verklaring gegeven, waardoor het OM niet verplicht was verder onderzoek te doen.
De strafmaat werd bepaald op zes maanden gevangenisstraf, lager dan de door het OM gevorderde elf maanden, mede vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zijn spijtbetuiging en het ontbreken van een strafblad voor soortgelijke feiten. Daarnaast werden diverse inbeslaggenomen goederen verbeurd verklaard, onttrokken aan het verkeer of bewaard ten behoeve van rechthebbenden, waaronder geldbedragen, drugs, antennes en mobiele telefoons.
De rechtbank sprak de verdachte vrij van overige ten laste gelegde feiten die niet bewezen konden worden en bepaalde dat de tijd in voorlopige hechtenis in mindering wordt gebracht op de straf. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige strafkamer te Haarlem.