De rechtbank Noord-Holland heeft op 22 mei 2025 uitspraak gedaan in de zaak tegen de verdachte die op 7 september 2024 in zijn huurwoning te Heerhugowaard brand heeft gesticht. De brand veroorzaakte gevaar voor de woning, de belendende woningen en de aanwezige bewoners, waaronder kinderen. De verdachte verliet het pand zonder waarschuwing, waardoor de situatie gevaarlijk werd.
De rechtbank achtte het bewezen dat de brandstichting heeft plaatsgevonden en dat er sprake was van levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor anderen. Dit werd onderbouwd met sporenonderzoek en getuigenverklaringen. De verdachte heeft een paranoïde waanstoornis, wat volgens een psychiatrisch rapport de toerekening vermindert.
De officier van justitie eiste twintig maanden gevangenisstraf waarvan tien voorwaardelijk. De rechtbank legde een hogere onvoorwaardelijke straf op van twaalf maanden en acht maanden voorwaardelijk met bijzondere voorwaarden, waaronder opname in een zorginstelling. De proeftijd is gesteld op drie jaar met dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden. De straf weerspiegelt de ernst van het feit en de noodzaak tot behandeling van de verdachte.