ECLI:NL:RBNHO:2025:6173

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
4 juni 2025
Publicatiedatum
5 juni 2025
Zaaknummer
11228007 \ CV EXPL 24-5241
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijk incassokostenbeding en gedeeltelijke toewijzing hoofdsom

In deze bodemzaak heeft de kantonrechter Noord-Holland bij verstekvonnis van 4 juni 2025 uitspraak gedaan over de geldigheid van een incassokostenbeding in de algemene voorwaarden van Homekeur B.V. De gedaagde partij was niet verschenen. Na een tussenvonnis van 9 april 2025, waarin een voorlopige beoordeling werd gegeven over de oneerlijkheid van het beding, heeft de eisende partij zich bij akte uitgelaten en zich vervolgens op dat oordeel beroepen.

De kantonrechter bevestigt het eerdere oordeel dat artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden, voor zover het betrekking heeft op de wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, oneerlijk is en vernietigt dit beding. Op basis van de informatieplichten voorafgaand aan het contract wordt een bedrag van €209,40 aan hoofdsom toegewezen, zijnde 60% van de gevorderde €349,00. De gevorderde wettelijke rente en incassokosten worden afgewezen.

De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom en de proceskosten, die aan de zijde van de eisende partij worden vastgesteld op een totaal van €283,54. De kosten van de akte blijven voor rekening van de eisende partij, omdat het op haar initiatief was dat deze werd genomen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en is in het openbaar uitgesproken door kantonrechter W.S.J. Thijs.

Uitkomst: Incassokostenbeding vernietigd en €209,40 aan hoofdsom toegewezen, rente en incassokosten afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11228007 \ CV EXPL 24-5241
Uitspraakdatum: 4 juni 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Homekeur B.V.
te Maastricht
de eisende partij
gemachtigde: M.P.A. Roelands
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 9 april 2025 (hierna: het tussenvonnis) is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich bij akte uit te laten over het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. De eisende partij heeft ter uitvoering van dat tussenvonnis een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij heeft aangegeven zich te refereren aan het voorshands uitgesproken oordeel over de oneerlijkheid van artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen aanleiding om daar anders over te oordelen dan in het tussenvonnis is overwogen. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter artikel 7 van Pro de algemene voorwaarden, voor zover dit beding betrekking heeft op de wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten.
Wat is toewijsbaar?
2.2.
Gelet op hetgeen in het tussenvonnis is overwogen met betrekking tot de (pre)contractuele informatieplichten, is een bedrag van € 209,40 aan hoofdsom toewijsbaar (€ 349,00 * 0,6). De gevorderde wettelijke rente en de buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
Proceskosten
2.3.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 209,40;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54;
griffierecht € 130,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter