ECLI:NL:RBNHO:2025:6048
Rechtbank Noord-Holland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Toekenning transitievergoeding en loonvorderingen na ontslag op staande voet wegens niet-betaling loon
De werknemer was sinds september 2024 in dienst bij de werkgever op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. In november 2024 nam hij ontslag op staande voet omdat de werkgever het loon over oktober 2024 niet tijdig en volledig had betaald, ondanks herhaalde aanmaningen en een gedeeltelijke betaling met een niet nagekomen toezegging.
De werknemer vorderde een verklaring voor recht dat sprake was van ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever, betaling van een transitievergoeding, achterstallig loon, vakantietoeslag en een vergoeding voor niet genoten vakantiedagen. De werkgever verscheen niet in de procedure en voerde geen verweer.
De kantonrechter oordeelde dat de werkgever een dringende reden had gegeven voor het ontslag op staande voet door het niet tijdig voldoen van het loon, wat een ernstige schending van de arbeidsovereenkomst vormt. Daarom werd de transitievergoeding van €131,00 bruto toegekend, evenals het achterstallige loon van €778,05 bruto, vakantietoeslag van €349,52 bruto en een vergoeding van €435,51 bruto voor niet genoten vakantiedagen, allen vermeerderd met wettelijke rente en waar van toepassing wettelijke verhoging.
Daarnaast werd de werkgever veroordeeld tot het verstrekken van bruto/netto specificaties onder dwangsom en tot betaling van proceskosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van transitievergoeding, achterstallig loon, vakantietoeslag en vergoeding niet genoten vakantiedagen wegens ernstig verwijtbaar handelen.