In deze uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland op 6 juni 2025, wordt de afwijzing van de aanvraag van eiser om zijn in 2011 ingetrokken visvergunning opnieuw uit te geven behandeld. Eiser is het niet eens met het besluit van de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, waarin hij stelt dat de minister eerder onderzoek had moeten doen naar de kwaliteit van de aal en wolhandkrab in zijn visgebied. Eiser beroept zich op de ‘Beleidsregel gesloten gebieden voor visserij op aal en wolhandkrab’, die volgens hem had moeten leiden tot heropening van zijn visvergunningen.
De rechtbank oordeelt dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat de minister haar zorgplicht uit artikel 3, derde lid, van de Beleidsregel heeft geschonden. De rechtbank legt uit dat de wettelijke regels en beleidsregels die van belang zijn voor deze zaak, zijn vastgelegd in de bijlage bij de uitspraak. De rechtbank stelt vast dat de intrekking van de vergunningen in 2011 op basis van de Visserijwet 1963 en de Uitvoeringsregeling visserij rechtmatig was, en dat de minister niet verplicht was om elk jaar in het visgebied van eiser te meten. De rechtbank concludeert dat het beroep van eiser ongegrond is, en dat de weigering om de ingetrokken visvergunning opnieuw uit te geven in stand blijft.
De rechtbank benadrukt dat de zorgplicht van de minister niet is geschonden, en dat de belangen van voedselveiligheid en volksgezondheid zwaarder wegen dan de belangen van eiser. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst erop dat eiser geen recht heeft op vergoeding van griffie- en proceskosten.