De kantonrechter heeft op verzoek van verzoekster het mentorschap, ingesteld bij beschikking van 16 november 2016, opgeheven. Verzoekster gaf aan dat zij geen meerwaarde meer ziet in het mentorschap omdat haar situatie aanzienlijk is verbeterd. Zij woont al jaren goed in een woonvoorziening en heeft goed contact met haar begeleiding. Hoewel de begeleiding na een toekomstige verhuizing zal wegvallen, heeft de broer van verzoekster aangeboden als wettelijk vertegenwoordiger op te treden indien nodig.
De mentor was tegen het verzoek en stelde voor het mentorschap tijdelijk stop te zetten tot na de verhuizing, uit vrees voor terugkeer van de ex-partner van verzoekster. De kantonrechter vond dit echter niet nodig, gezien het vertrouwen dat verzoekster zelf aan de bel zal trekken bij toekomstige behoefte aan ondersteuning. Tevens is er een bewindvoerder en een broer die kunnen bijspringen.
De kantonrechter concludeerde dat de noodzaak voor het mentorschap is komen te vervallen en besloot het mentorschap op te heffen met ingang van twee weken na de uitspraak. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.