ECLI:NL:RBNHO:2025:5607

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
30 april 2025
Publicatiedatum
21 mei 2025
Zaaknummer
10859817 \ CV EXPL 23-8435
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vervoerder veroordeeld tot compensatie wegens meer dan 24 uur vertraging vlucht

De passagier had een vervoersovereenkomst met British Airways voor een vlucht van Amsterdam via Londen naar Hyderabad op 28 maart 2023. De vlucht van Amsterdam naar Londen werd geannuleerd, waarna de passagier werd omgeboekt naar een vlucht die een dag later aankwam. De passagier droeg haar vorderingsrecht over aan Airhelp, die compensatie eiste op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004.

De vervoerder voerde een beroep op buitengewone omstandigheden aan, maar kon niet aantonen dat zij alle redelijke maatregelen had genomen om de vertraging te voorkomen of te beperken. De kantonrechter hanteerde een termijn van 24 uur voor vertraging en oordeelde dat de passagier met minstens 24 uur vertraging aankwam. De vervoerder slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er geen snellere indirecte vluchtopties waren.

De kantonrechter wees de vordering tot betaling van €600 compensatie en wettelijke rente toe. Omdat Airhelp niet aannemelijk had gemaakt dat zij de vervoerder voorafgaand aan de procedure had aangemaand, werden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.

Uitkomst: British Airways wordt veroordeeld tot betaling van €600 compensatie wegens meer dan 24 uur vertraging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 10859817 \ CV EXPL 23-8435
Uitspraakdatum: 30 april 2025
Vonnis van de kantonrechter in de zaak van:
de rechtspersoon naar buitenlands recht
AirHelp Germany GmbH
gevestigd te Berlijn (Duitsland)
eiseres
hierna te noemen: Airhelp
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
British Airways Plc
gevestigd te Harmondsworth (Verenigd Koninkrijk)
gedaagde
hierna te noemen: de vervoerder
gemachtigde: mr. J.J.O. Zandt

1.Het procesverloop

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding:
- de conclusie van antwoord;
- de conclusie van repliek;
- de conclusie van dupliek.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[betrokkene] (hierna: de passagier) heeft met de vervoerder een vervoersovereenkomst gesloten. Op grond daarvan moest de vervoerder haar op 28 maart 2023 vervoeren van Amsterdam via Londen (Verenigd Koninkrijk) naar Hyderabad (India), met vluchten BA431 en BA277.
2.2.
De vervoerder heeft de vlucht van Amsterdam naar Londen (BA431, hierna: de vlucht) geannuleerd. De passagier is omgeboekt naar een alternatief reisschema.
2.3.
De passagier heeft haar eventuele vorderingsrecht aan Airhelp overgedragen.
2.4.
Airhelp heeft compensatie van de vervoerder gevorderd.

3.Het geschil

3.1.
Airhelp vordert dat de vervoerder, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, veroordeeld zal worden tot betaling van:
- € 600,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de datum van de vlucht tot aan de dag der algehele voldoening;
- de proceskosten, te vermeerderen met wettelijke rente.
3.2.
Airhelp baseert haar vordering op de Verordening (EG) nr. 261/2004 (hierna: de Verordening) en de rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat de vervoerder vanwege de annulering van de vlucht moet compenseren met een bedrag van € 600,- (artikel 7 van Pro de Verordening).
3.3.
De vervoerder betwist de vordering. Op zijn verweer wordt bij de beoordeling van het geschil ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat hij bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
4.2.
De vervoerder heeft een beroep op buitengewone omstandigheden gedaan. De kantonrechter overweegt dat wat daar ook van zij, niet is gebleken dat de vervoerder alle redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging op de eindbestemming te voorkomen dan wel te beperken. Uit het arrest van het Hof van 11 juni 2020 (C-74/19) volgt dat, indien de passagier met een door de vervoerder zelf uitgevoerde alternatieve vlucht de dag na de oorspronkelijk vastgestelde dag aankomt dit in beginsel geen redelijke maatregel vormt. Hierbij gaat de kantonrechter voor de interpretatie van het hiervoor genoemde woord ‘dag’ uit van een tijdruimte en voor de uitleg ervan wordt aangesloten bij de algemeen geaccepteerde uitleg, zijnde een tijdsduur van 24 uur.
4.3.
De passagier is omgeboekt naar dezelfde vlucht (BA277), maar dan van één dag later. De vervoerder heeft geen enkele toelichting gegeven op de aankomsttijd van de BA277 van 29 maart 2023. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat de passagier met tenminste 24 uur vertraging op de overeengekomen eindbestemming is aangekomen. Het is in een dergelijk geval aan de vervoerder om voldoende aannemelijk te maken dat er geen enkele andere mogelijkheid voor een
rechtstreekse of indirectealternatieve vlucht bestond met een door hemzelf of door een andere luchtvaartmaatschappij uitgevoerde vlucht die op een minder laat tijdstip aankwam dan de aangeboden vlucht. De kantonrechter is van oordeel dat de vervoerder daarin niet is geslaagd. De vervoerder heeft slechts toegelicht dat hij de enige luchtvaartmaatschappij is die rechtstreekse vluchten tussen Londen en Hyderabad uitvoert, maar daaruit volgt nog niet dat er geen snellere indirecte opties beschikbaar waren. Zodoende heeft de vervoerder naar het oordeel van de kantonrechter niet aannemelijk gemaakt dat de alternatief aangeboden vlucht een redelijke maatregel vormt in de zin van bovengenoemd arrest.
4.4.
Het voorgaande betekent dat ook indien op enig moment vast zou komen vast te staan dat sprake was van een buitengewone omstandigheid, de vervoerder gehouden is de compensatie te betalen in verband met de vertraging op de eindbestemming. De vordering tot betaling van de hoofdsom zal dan ook worden toegewezen. De wettelijke rente wordt toegewezen zoals gevorderd.
4.5.
Resteert de vraag of de vervoerder rauwelijks is gedagvaard. Airhelp stelt dat zij de vervoerder op 30 juni 2023 via e-mail heeft aangemaand om tot betaling over te gaan (final demand). Airhelp heeft deze aanmaning echter niet in het geding gebracht. Het is dan ook niet gebleken dat Airhelp deze aanmaning daadwerkelijk heeft verstuurd. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat Airhelp door haar werkwijze en proceshouding, waarbij zij op geen enkele wijze heeft getracht om eerst op een minnelijke wijze tot beëindiging van het geschil te komen, de vervoerder niet in de gelegenheid heeft gesteld om de zaak (eventueel) buiten rechte te kunnen afdoen. Gelet op het voorgaande ziet de kantonrechter aanleiding om de proceskosten te compenseren in die zin dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

5.De beslissing

De kantonrechter:
5.1.
veroordeelt de vervoerder tot betaling aan Airhelp van € 600,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 28 maart 2023 tot de dag van de betaling;
5.2.
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
5.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
5.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter