Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.Het geschil in het incident
3.De beoordeling in het incident
4.De beslissing
in de hoofdzaak:
Rechtbank Noord-Holland
In deze civiele bodemzaak tussen AirHelp Germany GmbH en Ryanair DAC heeft de kantonrechter een incident behandeld waarin Ryanair verzocht om AirHelp niet-ontvankelijk te verklaren in haar vorderingen. Ryanair stelde dat de cessie van het vorderingsrecht van de passagier aan AirHelp ontoereikend was, en dat AirHelp daarom geen recht had om de vordering in te stellen.
De kantonrechter overwoog dat een incident slechts kan worden gebruikt voor procedurele kwesties en niet voor inhoudelijke beoordeling van het geschil. Het betwisten van de geldigheid van de cessie betreft een materieel geschilpunt dat in de hoofdzaak moet worden behandeld. Daarom wees de kantonrechter het verzoek tot niet-ontvankelijkheid af.
Ryanair werd veroordeeld in de proceskosten van het incident, begroot op € 82,00. De zaak werd verwezen naar de rol voor het indienen van een antwoordformulier door Ryanair, met een nieuwe zittingsdatum vastgesteld op 11 juni 2025. Verdere beslissingen werden aangehouden.
Uitkomst: Het verzoek tot niet-ontvankelijkheid van AirHelp wordt afgewezen en Ryanair wordt veroordeeld in de proceskosten.