ECLI:NL:RBNHO:2025:5278
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot gijzeling wegens niet-betaling verkeersboete
In deze bestuursrechtelijke zaak vordert de officier van justitie een machtiging tot gijzeling van betrokkene wegens niet-betaling van een verkeersboete van €177,00 inclusief verhogingen. Betrokkene heeft geen beroep ingesteld tegen de boete en ondanks meerdere pogingen tot betaling, waaronder aanmaningen, een kentekenblokkade en een huisbezoek, is betaling uitgebleven.
De kantonrechter overweegt dat gijzeling een uiterste dwangmiddel is dat alleen kan worden toegepast als vaststaat dat betrokkene wel kan betalen, maar niet wil. Uit de stukken blijkt dat betrokkene herhaaldelijk heeft aangegeven te zullen betalen en betalingsregelingen heeft voorgesteld, maar daadwerkelijk niet heeft betaald. Er zijn geen aanwijzingen van betalingsonmacht zoals curatele, faillissement of schuldsanering.
De vordering tot gijzeling wordt daarom toegewezen voor de duur van drie dagen, gebaseerd op de verhouding van één dag gijzeling per €50 van het boetebedrag. De machtiging kan tot vijf jaar na onherroepelijkheid van de boete worden uitgevoerd. Betrokkene wordt erop gewezen dat gijzeling voorkomen kan worden door alsnog betaling te verrichten en dat de boete ook na gijzeling blijft verschuldigd.
Uitkomst: De vordering tot gijzeling wordt toegewezen en betrokkene wordt voor drie dagen gegijzeld om betaling van de verkeersboete af te dwingen.