Op 17 juni 2022 drong de verdachte de woning van het slachtoffer in Zandvoort binnen en pleegde daar diefstal met geweld. Hij sloeg het slachtoffer meerdere keren, onder meer met een glazen bordje, en bedreigde hem om geld, een telefoon en bankpasjes af te geven.
De rechtbank achtte het bewezen dat de verdachte met geweld en bedreiging goederen van het slachtoffer heeft weggenomen met het oogmerk zich deze wederrechtelijk toe te eigenen. De verdachte was daarbij vergezeld door twee anderen die geen geweld gebruikten maar wel aanwezig waren.
De verdediging voerde aan dat niet bewezen kon worden dat de verdachte de goederen met wederrechtelijk oogmerk had weggenomen, maar dit werd verworpen. De rechtbank hield rekening met de ernst van het feit, de persoonlijke omstandigheden van de verdachte en de overschrijding van de redelijke termijn.
Uiteindelijk legde de rechtbank een gevangenisstraf van 14 maanden op, met aftrek van de tijd die de verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Het vonnis werd uitgesproken op 11 maart 2025 door de meervoudige strafkamer van de Rechtbank Noord-Holland.