Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
8 april 2025 in de zaak tegen:
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
[straatnaam 1] staan haaientanden op het wegdek. De voorrangssituatie wordt daarnaast op beide wegen kenbaar gemaakt met verkeersborden. Het was op het moment van het ongeval droog en ook het wegdek was droog. Het was donker. De [straatnaam 1] was voorzien van werkende straatverlichting. Langs de [straatnaam 2] stonden geen lantaarnpalen. Vlak voor de aansluiting met de [straatnaam 1] bevindt zich op de [straatnaam 2] een bruggetje over water, met aan weerszijden een hekwerk met tralies. Dit hekwerk is mogelijk van invloed geweest op het zicht van de verdachte. Zowel de verdachte als het slachtoffer reden die avond met verlichting aan. De auto en de fiets vertoonden geen bijzonderheden die van invloed kunnen zijn geweest op het ontstaan van het ongeval.
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 8 april 2025 afgelegd;
- een proces-verbaal rijden onder invloed van 9 november 2023 (p. 126 e.v. van het procesdossier);
- het rapport Drugs in het verkeer van Eurofins Forensics Belgium van 6 november 2023 (p. 130 e.v. van het procesdossier).
4.Kwalificatie en strafbaarheid van het feit
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
Het THC-gehalte in haar bloed bedroeg meer dan de toegestane hoeveelheid. Met dit handelen heeft de verdachte haar verantwoordelijkheid als verkeersdeelnemer veronachtzaamd. Ter verduidelijking merkt de rechtbank op dat de verdachte ook betrokken is geraakt bij een noodlottig ongeval, maar dat een causaal verband tussen het gebruik van THC en dit ongeval niet is komen vast te staan (noch ten laste is gelegd).
7.Vordering benadeelde partij
8.Toepasselijke wettelijke voorschriften
9.Beslissing
geldboete van 850,00 (achthonderdvijftig) euro, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 (zeventien) dagen hechtenis, met bevel dat deze straf
nietzal worden ten uitvoer gelegd tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat de verdachte voor het einde van de op
2 (twee) jarenbepaalde proeftijd zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.