Eind 2022 kochten eisers een woning en sloten een aannemingsovereenkomst met B&B voor een verbouwing met een begroting van €221.580,-. B&B begon in januari 2023, maar werkzaamheden vielen eind april 2023 stil. Eisers stopten betalingen en stelden dat zij €157.194,92 teveel hadden betaald.
Eisers vorderden partiële ontbinding van de overeenkomst wegens wanprestatie en terugbetaling van het teveel betaalde bedrag, met wettelijke rente. Gedaagden betwistten tekortkoming en ontbinding, en voerden dat de overeenkomst al was opgezegd in mei 2023.
De rechtbank oordeelde dat B&B tekort was geschoten door stillegging van werkzaamheden en niet-nakoming van sommaties. Er was geen fatale oplevertermijn, maar wel een verplichting tot voortvarende uitvoering. De ontbinding door eisers was rechtsgeldig. De rechtbank benoemt een deskundige om de waarde van de uitgevoerde werkzaamheden vast te stellen, mede op basis van een inspectierapport en foto’s. Partijen worden verzocht zich over de deskundige en vragen uit te laten. De zaak wordt aangehouden voor verdere beslissing.