ECLI:NL:RBNHO:2025:413

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 januari 2025
Publicatiedatum
17 januari 2025
Zaaknummer
C/15/360092
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119a BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering tot betaling schadevergoeding en rente in kort geding

In deze kortgedingprocedure vordert eiseres betaling van een bedrag van € 65.000, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 9 december 2024, een bedrag van € 2.726 aan wettelijke rente over de periode van 2 september tot 9 december 2024, en € 6.464,98 aan geleden schade. De vorderingen tot het stellen van zekerheid en tot betaling van een dwangsom zijn ter zitting ingetrokken.

KB Enterprises is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De voorzieningenrechter oordeelt dat de vorderingen niet onrechtmatig of ongegrond zijn en dat het spoedeisend belang voldoende is toegelicht. Daarom worden de vorderingen toegewezen.

KB Enterprises wordt veroordeeld tot betaling van de gevorderde bedragen binnen drie dagen na het vonnis, alsmede tot betaling van de proceskosten van € 4.573,99, te vermeerderen met een bedrag van € 92,00 en eventuele kosten van betekening bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: KB Enterprises wordt veroordeeld tot betaling van schadevergoeding, rente en proceskosten binnen drie dagen.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/360092 / KG ZA 24-726
Vonnis in kort geding van 17 januari 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
gevestigd te [plaats],
eiseres,
hierna te noemen: [eiseres],
advocaat: mr. F.W. Huizinga,
tegen
KB ENTERPRISES B.V.,
gevestigd te Velsen-Zuid,
gedaagde,
hierna te noemen: KB Enterprises,
niet verschenen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de mondelinge behandeling van 15 januari 2025
- het op de mondelinge behandeling tegen KB Enterprises verleende verstek
.

2.Het geschil

2.1.
[eiseres] vordert KB Enterprises te veroordelen om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te voldoen:
  • € 65.000,00, vermeerderd met de wettelijke handelsrente vanaf 9 december 2024;
  • € 2.726,00 voor wettelijke rente over de restant koopsom over de periode 2 september 2024 tot 9 december 2024;
  • € 6.464,98 voor door [eiseres] geleden schade;
kosten rechtens.
2.2.
De vorderingen tot het stellen van zekerheid en tot betaling van een dwangsom heeft [eiseres] ter zitting ingetrokken.
2.3.
Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor. Ook het spoedeisend belang is voldoende toegelicht. Daarom zullen de vorderingen worden toegewezen.
2.4.
KB Enterprises is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiseres] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,99
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
1.394,00
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
4.579,99

3.De beslissing

De voorzieningenrechter
3.1.
veroordeelt KB Enterprises om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 65.000,00, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 9 december 2024, tot de dag van volledige betaling,
3.2.
veroordeelt KB Enterprises om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 2.726,00 ter zake wettelijke rente over de periode 2 september 2024 tot 9 december 2024,
3.3.
veroordeelt KB Enterprises om binnen drie dagen na dit vonnis aan [eiseres] te betalen een bedrag van € 6.464,98 voor geleden schade,
3.4.
veroordeelt KB Enterprises in de proceskosten van € 4.573,99, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als KB Enterprises niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.5.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. ir. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2025.