Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
betekeningvan deze beschikking.
Rechtbank Noord-Holland
De werknemer, sinds september 2023 werkzaam als chef-kok, werd op 25 november 2024 op staande voet ontslagen door de werkgever, die hem vroeg het pand onmiddellijk te verlaten vanwege een vervanging. De werknemer meldde zich ziek en vroeg om opheldering, waarop de werkgever niet reageerde.
De werknemer verzocht de kantonrechter het ontslag te vernietigen en betaling van loon, inclusief achterstallig loon vanaf de aanvang van het dienstverband, te gelasten. De werkgever verscheen niet op de zitting en diende geen verweerschrift in, waardoor haar verweer werd verworpen.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag op staande voet niet rechtsgeldig was vanwege het ontbreken van een dringende reden. De werkgever werd veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon van €40.726,40, het loon vanaf het ontslag, wettelijke rente en een gematigde wettelijke verhoging. Verzoek tot wedertewerkstelling werd afgewezen vanwege sluiting van het restaurant.
Daarnaast werd de werkgever verplicht om loonstroken te verstrekken met een dwangsom bij niet-naleving. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het ontslag op staande voet wordt vernietigd en de werkgever wordt veroordeeld tot betaling van achterstallig loon en loon na ontslag.