ECLI:NL:RBNHO:2025:3816
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor vier verdachten van ontvoering wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijke vrijheidsberoving
De rechtbank Noord-Holland behandelde de zaak tegen vier verdachten die werden beschuldigd van het medeplegen van wederrechtelijke vrijheidsberoving van een man, aangeduid als aangever B, in de periode van 22 tot en met 29 mei 2023. De officier van justitie eiste bewezenverklaring van ontvoering, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende bewijs en twijfel over de betrouwbaarheid van het slachtoffer.
Uit het dossier blijkt dat aangever B vrijwillig verbleef in een chalet op een recreatiepark en dat hij op 26 mei 2023 in verwarde toestand het chalet verliet, waarna de verdachten hem terugbrachten. De verklaringen van aangever B waren wisselend, onsamenhangend en werden beïnvloed door zijn drugsgebruik en psychische problemen. Objectief bewijs zoals camerabeelden en telefoongegevens ondersteunden deels zijn verhaal, maar konden ook passen bij het scenario van vrijwillige terugkeer.
Forensisch onderzoek en getuigenverklaringen boden onvoldoende steun aan het scenario van ontvoering en geweld. De rechtbank concludeerde dat de verklaringen van aangever B met grote behoedzaamheid moesten worden gebruikt en dat het dossier niet voldeed aan de vereiste mate van zekerheid voor een bewezenverklaring.
Daarom sprak de rechtbank de verdachten vrij en verklaarde de benadeelde partij niet-ontvankelijk in zijn vordering tot schadevergoeding wegens het ontbreken van bewezen schuld.
Uitkomst: De verdachten zijn vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat het slachtoffer van zijn vrijheid is beroofd.