Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Noord-Holland
Op 16 augustus 2023 sloot eiser een financiële leaseovereenkomst met gedaagde voor een Peugeot 5008. Na betalingsachterstanden ontbond eiser de overeenkomst op 1 maart 2024 en verzocht gedaagde de auto binnen 48 uur in te leveren. Gedaagde weigerde dit.
Eiser vordert in het incident een voorlopige voorziening ex artikel 223 Rv Pro tot afgifte van de auto binnen 72 uur na betekening, met een dwangsom van € 1.000 per dag tot maximaal € 27.000. Gedaagde voert geen verweer tegen de voorziening en stelt uiterlijk 7 april 2025 de auto te zullen afgeven.
De kantonrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft bij afgifte, omdat de waarde van de auto daalt en daardoor de schade toeneemt. Het belang van eiser weegt zwaarder dan dat van gedaagde. De vordering tot betaling van innamekosten wordt afgewezen wegens het ontbreken van gemaakte kosten.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot afgifte van de auto binnen drie werkdagen na betekening, met een gematigde dwangsom van € 1.000 per dag tot een maximum van € 7.500. Proceskosten in het incident worden aan gedaagde opgelegd. De hoofdzaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot afgifte van de leaseauto binnen drie werkdagen met een dwangsom bij niet-nakoming.