Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen een beslissing van de Dienst Toeslagen over de herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag. Omdat verweerder niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar heeft beslist, stelde eiseres verweerder in gebreke en stelde vervolgens beroep in bij de rechtbank.
De rechtbank overweegt dat de beslistermijn is verstreken en dat verweerder nog steeds niet heeft beslist. Op grond van de nieuwe lijn van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State geldt een beslistermijn van 60 weken na het verstrijken van de wettelijke termijn. Verweerder heeft deze termijn overschreden en verbeurt daarom een dwangsom.
De rechtbank draagt verweerder op binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 100 per dag op met een maximum van € 15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van eiseres.