ECLI:NL:RBNHO:2025:2789
Rechtbank Noord-Holland
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking kinderrechter niet-ontvankelijk na eindbeschikking
Verzoeker heeft op 20 februari 2025 een verzoek tot wraking van de kinderrechter ingediend in een bij de rechtbank Noord-Holland aanhangige zaak. De wrakingskamer heeft verzoeker bij brief gewezen op het feit dat de kinderrechter op 18 februari 2025 een eindbeschikking in de hoofdzaak had gegeven en heeft gevraagd of het verzoek gehandhaafd werd. Verzoeker heeft hier niet op gereageerd.
De wrakingskamer heeft vervolgens besloten het verzoek niet-ontvankelijk te verklaren omdat op grond van artikel 36 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering alleen rechters die een zaak nog behandelen kunnen worden gewraakt. Aangezien de kinderrechter de hoofdzaak niet meer behandelt, kan het verzoek niet meer worden behandeld.
De wrakingskamer heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld en gewezen op de mogelijkheid voor verzoeker om in hoger beroep tegen de beschikking in de hoofdzaak eventuele partijdigheid aan de orde te stellen. De beslissing is op 13 maart 2025 in het openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de kinderrechter is niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de eindbeschikking in de hoofdzaak is ingediend.