Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 februari 2025 in de zaak tussen
[eiser] , wonende te [woonplaats] , eiser
de heffingsambtenaar van de gemeente Medemblik, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de ligging van de woning nabij de [autoweg] en een fietspad;
- Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met het waardedrukkende effect van het geplande nieuwbouwproject nabij de woning;
- Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de omstandigheid dat zo’n 122 m2 van het perceel als fietspad / weg wordt gebruikt, waarvan eiser het gebruik van derden moet dulden.
.De resterende vergelijkingsobjecten zijn wat bouwjaar, ligging en omvang betreft voldoende vergelijkbaar met de woning. De transactiedata van de vergelijkingsobjecten liggen voldoende dichtbij de waardepeildatum. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de verkoopprijzen van deze vergelijkingsobjecten dan ook dienen ter onderbouwing van de waarde van de woning op de waardepeildatum.
30 maart 2021, ECLI:NL:GHAMS:2021:980. Verweerder voert aan dat de oppervlakte van het fietspad 54 m2 bedraagt en dat toepassing van de grondstaffel met zich meebrengt dat de waarde van deze extra meters 54 × € 18 = € 981 bedraagt, zodat de invloed op de waarde van de woning nagenoeg verwaarloosbaar is.
30 maart 2021 volgt dat, gelet op de grote variatie in vierkantemeterprijzen in de door de verweerder gebruikte grondstaffel (van € 364 tot € 18), een redelijke wetstoepassing met zich brengt dat eerst voor de gehele kavel (dus inclusief de vrij te stellen vierkante meters) de grondprijs wordt berekend en dat daarna een gemiddelde vierkantemeterprijs wordt berekend. Op basis van die gemiddelde vierkantemeterprijs dient vervolgens de waarde te worden berekend die buiten aanmerking wordt gelaten.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- wijzigt de beschikking aldus dat de vastgestelde waarde wordt verminderd tot € 439.000;
- vermindert de aanslag onroerendezaakbelastingen tot een berekend naar een waarde van € 439.000;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser voor bezwaar en beroep tot een bedrag van € 1.682,26;
- gelast verweerder het door eiser betaalde griffierecht van € 50 aan hem te vergoeden, en
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de wettelijke rente over de vergoeding van de proceskosten en het griffierecht vanaf de dag nadat vier weken zijn verstreken na de openbaarmaking van de uitspraak van de rechtbank, tot aan de dag van algehele voldoening. Hierbij wordt opgemerkt dat deze termijn niet eerder aanvangt dan vier weken nadat eiser zijn bankgegevens bekend heeft gemaakt bij verweerder.
mr. E.M. Mensink, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
20 februari 2025.