De rechtbank Noord-Holland heeft op 4 februari 2025 een beschikking gegeven over de vaststelling van de zorg- en opvoedingstaken en omgangsregeling voor twee minderjarige kinderen na een langdurige ondertoezichtstelling.
De kinderen wonen bij hun moeder en zijn sinds september 2022 onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling duurt nog tot 27 maart 2025. De gezinsvoogdijinstantie (GI) heeft verzocht om een minimale omgangsregeling vast te stellen waarbij de vader de kinderen wekelijks op zondag van 11.00 tot 15.00 uur kan zien, met de mogelijkheid om gemiste momenten in te halen. De omgang vindt plaats op een neutrale locatie, niet bij de vader thuis, tenzij begeleid door hulpverlening.
De vader is sinds het uit elkaar gaan van de ouders in 2018 wisselend in contact met de kinderen geweest, waardoor de omgang lange tijd stil lag. Recent is het contact met hulpverlening weer opgestart en verloopt dit liefdevol en positief voor de kinderen. De vader wil beide kinderen wekelijks zien maar voelt zich snel overvraagd.
De kinderrechter acht het in het belang van de kinderen noodzakelijk om een minimale omgangsregeling vast te stellen die de ouders houvast biedt na het einde van de ondertoezichtstelling. De regeling is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en biedt ruimte voor onderling overleg en begeleiding door hulpverlening om de omgang verder vorm te geven.