ECLI:NL:RBNHO:2025:183

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
13 januari 2025
Publicatiedatum
13 januari 2025
Zaaknummer
C/15/345963 / FA RK 23-5443
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 810 RvArt. 1:251 BWArt. 1:20 lid 1 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot stiefouderadoptie van minderjarige na overlijden biologische vader

De rechtbank Noord-Holland behandelde het verzoek tot adoptie van een minderjarige door zijn stiefouder, nadat de biologische vader was overleden en het geregistreerd partnerschap van de ouders was ontbonden.

De minderjarige woont bij de moeder en verzoeker, die inmiddels gehuwd zijn. De Raad voor de Kinderbescherming bracht een positief advies uit. De minderjarige gaf aan graag geadopteerd te willen worden en de achternaam van verzoeker te willen dragen.

De rechtbank overweegt dat de adoptie in het kennelijk belang van het kind is, mede vanwege het goede contact met familie van de vader en de emotionele band met verzoeker. De wettelijke voorwaarden zijn voldaan, waardoor het verzoek wordt toegewezen.

De moeder en verzoeker zullen gezamenlijk het gezag over de minderjarige uitoefenen. De beschikking is op 13 januari 2025 in het openbaar uitgesproken door kinderrechter A.R.A.R. Sitaldin.

Uitkomst: Het verzoek tot adoptie van de minderjarige door de stiefouder wordt toegewezen en het gezag wordt gezamenlijk uitgeoefend.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Familie en Jeugd
locatie Alkmaar
adoptie
zaak-/rekestnr.: C/15/345963 / FA RK 23-5443
beschikking van de enkelvoudige kamer voor familiezaken van 13 januari 2025
in de zaak van:
[verzoeker] ,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
hierna mede te noemen: verzoeker,
advocaat: mr. E.P.J. Appelman, kantoorhoudende te Alkmaar,
in welke de rechtbank als belanghebbende aanmerkt:
[de moeder],
wonende te [plaats] , gemeente [gemeente] ,
hierna mede te noemen: de moeder,
strekkende tot de adoptie van
[de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] te [plaats] .
In verband met het bepaalde in artikel 810 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure opgeroepen:
de Raad voor de Kinderbeschermingte Haarlem,
hierna te noemen: de Raad.

1.Procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift, met bijlagen, van verzoeker van 7 november 2023, ingekomen op 8 november 2023;
- het rapport van de Raad van 7 mei 2024, ingekomen op 14 mei 2024;
- het F9-formulier, met bijlage, van de advocaat van verzoeker van 28 november 2023;
- de brief, met bijlage, van verzoeker, ingekomen op 29 november 2024..
1.2.
Er heeft, met instemming van verzoeker en belanghebbende, geen zitting plaatsgevonden.
1.3.
De minderjarige [de minderjarige] heeft op 7 januari 2025 een gesprek met de kinderrechter gevoerd en zijn mening kenbaar gemaakt.
2. Feiten en omstandigheden
2.1.
Uit de moeder is op [geboortedatum] te [plaats] een kind geboren: [de minderjarige] (hierna: [de minderjarige] ).
2.2.
Voorafgaand aan de geboorte is [de minderjarige] erkend door [de vader] (hierna te noemen: de vader).
2.3.
Het geregistreerd partnerschap van de moeder en de vader is ontbonden op [datum] door inschrijving van de beschikking ontbinding partnerschap van de rechtbank Noord-Nederland van 13 december 2017.
2.4.
Verzoeker en de moeder zijn op [datum] met elkaar gehuwd.
2.5.
De vader is op [datum] te [plaats] overleden.

3.Beoordeling

3.1.
Verzoeker heeft verzocht de adoptie door hem van [de minderjarige] uit te spreken.
3.2.
De moeder heeft ingestemd met het verzoek tot adoptie.
3.3.
De Raad heeft onderzoek gedaan en op 7 mei 2024 rapport en advies uitgebracht.
De Raad adviseert om het verzoek van verzoeker tot adoptie van [de minderjarige] toe te wijzen.
3.4.
De rechtbank overweegt als volgt.
3.5.
[de minderjarige] heeft tijdens het geregistreerd partnerschap van de moeder en de vader veel meegemaakt als gevolg van de persoonlijke problematiek van de vader. Nadat het geregistreerd partnerschap is ontbonden, is de moeder met [de minderjarige] bij verzoeker gaan wonen en is de moeder met verzoeker gehuwd. De vader is overleden en [de minderjarige] heeft van hem niets meer te verwachten. [de minderjarige] ziet verzoeker als zijn vader en gebruikt in het dagelijks leven zijn geslachtsnaam. [de minderjarige] heeft aan de rechter verteld dat hij graag door verzoeker wil worden geadopteerd en dat hij dan de officieel de geslachtsnaam van verzoeker wil dragen. [de minderjarige] heeft goed contact met zijn oma en tante van vaderszijde. Zij staan achter het verzoek tot adoptie. De rechtbank heeft op grond van de overgelegde stukken de overtuiging dat de gevraagde adoptie in het kennelijk belang van [de minderjarige] is. Nu ook overigens aan de wettelijke voorwaarden is voldaan, zal de rechtbank het verzoek tot adoptie toewijzen.
3.6.
Gelet op het bepaalde in artikel 1:251 van Pro het Burgerlijk Wetboek, zullen de moeder en verzoeker van rechtswege gezamenlijk het gezag over [de minderjarige] uitoefenen.
3.7.
[de minderjarige] is het eerste kind tot wie verzoeker en de moeder in een familierechtelijke betrekking komen te staan. Verzoeker en de moeder hebben er voor gekozen dat [de minderjarige] de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]zal dragen.

4.Beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het mannelijk geslacht:
[de minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] te [plaats] ,
door
[verzoeker], geboren op [geboortedatum] te [plaats] ;
4.2.
verstaat dat de geslachtsnaam van genoemde minderjarige zal zijn:
[geslachtsnaam];
4.3.
draagt de griffier – op grond van artikel 1:20 e lid 1 BW - op niet eerder dan drie maanden na de dag van de uitspraak van deze beschikking -en indien daartegen geen hoger beroep is ingesteld- een afschrift van deze beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente [gemeente] .
Deze beschikking is gegeven door mr. A.R.A.R. Sitaldin, tevens kinderrechter, in tegenwoordigheid van H.M. Zonneveld als griffier en in het openbaar uitgesproken op
13 januari 2025.
Tegen deze beschikking kan – voor zover er definitief is beslist – door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te Amsterdam. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.