Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.[verzoeker 1]
3. [verzoeker 3]
4. [verzoeker 4]
1.Het procesverloop
- het vorderingsformulier (formulier A);
- het antwoordformulier (formulier C).
2.De feiten
3.Het geschil
- de proceskosten.
Rechtbank Noord-Holland
De passagiers hebben een vervoersovereenkomst gesloten met de vervoerder voor een vlucht van Antalya naar Amsterdam die meer dan drie uur vertraging opliep. Zij vorderen compensatie op grond van Verordening (EG) nr. 261/2004. De vervoerder heeft niet betaald en betwist de vordering.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de EPGV-Verordening niet van toepassing is omdat de passagiers woonachtig zijn in Nederland en de vervoerder eveneens in Nederland is gevestigd. De procedure betreft daarmee geen grensoverschrijdende zaak.
De kantonrechter beveelt daarom de omzetting van de procedure naar een dagvaardingsprocedure. De zaak wordt verwezen naar de rolzitting voor het nemen van een conclusie van repliek door de passagiers. Verdere beslissingen worden aangehouden.
Uitkomst: De procedure wordt omgezet naar een dagvaardingsprocedure en de zaak wordt aangehouden voor verdere behandeling.