ECLI:NL:RBNHO:2025:169

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 januari 2025
Publicatiedatum
10 januari 2025
Zaaknummer
11389178 \ CV EXPL 24-3737
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:230l BWRichtlijn 93/13/EEG
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing vordering betaling en ambtshalve toetsing precontractuele informatie en algemene voorwaarden

In deze zaak heeft de eisende partij de gedaagde partij gedagvaard voor een vordering van € 321,00, vermeerderd met buitengerechtelijke incassokosten, wettelijke rente en proceskosten. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend.

De kantonrechter heeft ambtshalve onderzocht of aan de precontractuele informatieplichten zoals voorgeschreven in artikel 6:230l BW was voldaan, hetgeen door de eiser voldoende was onderbouwd. Tevens is getoetst op de aanwezigheid van oneerlijke bedingen in de algemene voorwaarden, waarbij het kostenbeding niet als oneerlijk werd beoordeeld omdat de consument voldoende geïnformeerd was over de financiële consequenties.

De vordering is derhalve toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf 24 oktober 2024 en proceskosten bestaande uit dagvaarding, griffierecht en salaris gemachtigde. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van € 387,65 inclusief wettelijke rente en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11389178 \ CV EXPL 24-3737
Uitspraakdatum: 22 januari 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
[eiser] h.o.d.n. [naam 1]
gevestigd te [plaats]
de eisende partij
gemachtigde: [naam 2]
tegen
[gedaagde]
wonende te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.Het procesverloop

1.1.
De eisende partij heeft de gedaagde partij gedagvaard. Tegen de gedaagde partij is verstek verleend.

2.De beoordeling

2.1.
De eisende partij vordert veroordeling van de gedaagde partij tot betaling van € 321,00, te vermeerderen met buitengerechtelijke incassokosten, de wettelijke rente en de proceskosten.
Ambtshalve toetsing (pre)contractuele informatieplichten
2.2.
De vordering is gebaseerd op een overeenkomst tussen een handelaar en een consument, anders dan een overeenkomst op afstand of buiten de verkoopruimte gesloten. Bij het sluiten van dergelijke overeenkomsten moet de handelaar voldoen aan de wettelijke precontractuele informatieplichten van artikel 6:230l van het Burgerlijk Wetboek (BW). Dat aan deze plichten is voldaan, moet gemotiveerd worden gesteld en onderbouwd. De kantonrechter moet er ambtshalve op toezien dat die voorschriften worden nageleefd, dus ook als er geen verweer is gevoerd.
Ambtshalve toetsing van de (pre)contractuele informatieplichten
2.3.
De eisende partij heeft voldoende toegelicht en onderbouwd dat is voldaan aan de (pre)contractuele informatieplichten.
Ambtshalve toetsing van oneerlijke bedingen
2.4.
De kantonrechter is, gelet op het Dexia-arrest, ook gehouden om onderzoek te doen naar (mogelijk) oneerlijke bedingen in de toepasselijke algemene voorwaarden. Volgens Richtlijn 93/13/EEG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten is een beding oneerlijk wanneer dit het evenwicht tussen de wederzijdse rechten en verplichtingen ten nadele van de consument aanzienlijk verstoort. De kantonrechter moet in iedere procedure over ieder onderdeel van de vordering beoordelen of daarover in de algemene voorwaarden afspraken zijn gemaakt en of die afspraken al dan niet oneerlijk zijn ten opzichte van de consument. Als de kantonrechter oordeelt dat een contractuele afspraak oneerlijk is, moet het beding worden vernietigd en moet de vordering op dat onderdeel worden afgewezen (ook als de eisende partij in de procedure een beroep doet op wettelijke bepalingen in plaats van op die contractuele afspraak).
2.5.
In deze zaak is het kostenbeding niet oneerlijk bevonden, omdat de eisende partij voldoende informatie heeft verstrekt om de gedaagde partij als consument in staat te stellen de financiële consequenties van de overeenkomst in te schatten. Het betreft immers een overeengekomen vaste eigen bijdrage. Voor het overige zijn er geen met de vordering verband houdende oneerlijke bedingen in de door de eisende partij gehanteerde algemene voorwaarden aangetroffen.
Conclusie
2.5.
De conclusie is dat de vordering van de eisende partij zal worden toegewezen, aangezien deze de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
2.6.
De proceskosten komen voor rekening van de gedaagde partij, omdat hij ongelijk krijgt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 387,65, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 321,00 vanaf 24 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 113,54
griffierecht € 87,00
salaris gemachtigde € 82,00 ;
3.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Woerdman en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter