ECLI:NL:RBNHO:2025:1639
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen sluiting woning op grond van artikel 13b Opiumwet toegewezen
Verzoeker betwist de noodzaak van de sluiting van zijn woning, die op grond van artikel 13b Opiumwet voor drie maanden is gesloten vanwege de aanwezigheid van drugs en materialen voor synthetische drugproductie.
De voorzieningenrechter constateert dat hoewel het pand een rol heeft gespeeld in drugshandel, onvoldoende is aangetoond dat recent verkoop of overlast heeft plaatsgevonden. De bestuurlijke rapportage is summier en bevat geen concrete aanwijzingen over de aard en duur van bezoekersbezoeken.
Verzoeker verklaarde dat hij de woning tijdelijk aan een vriend had uitgeleend die de drugsproductie mogelijk uitvoerde, maar dat hij zelf niet betrokken was. Uit tapgesprekken blijkt dat de productie vanaf september 2024 niet meer plaatsvond. De voorzieningenrechter acht nader onderzoek nodig en weegt het belang van verzoeker om in de woning te blijven zwaarder dan het belang van de gemeente.
De voorlopige voorziening wordt toegewezen, het besluit geschorst en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de sluiting van de woning geschorst wegens onvoldoende gemotiveerde noodzaak.