Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.[eiser 1],
[eiser 2],
[gedaagde 1], in persoon en handelend in zijn hoedanigheid van executeur in de nalatenschap van [erflaatster],
2.
[gedaagde 2],
1.De procedure
- de dagvaarding met producties 1 t/m 8
- de conclusie van antwoord in het incident met producties 1 en 2 van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]
- de akte uitlaten producties van [eiser 1] en [eiser 2]
- de akte overlegging producties met producties 3 t/m 12 van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]
- de akte overlegging productie met productie 9 van [eiser 1] en [eiser 2]
- de akte uitlating nieuwe producties tevens conclusie tot vermeerdering/wijziging van eis van [eiser 1] en [eiser 2]
- de brief van mr. Kerbusch met producties 13 en 14 van [gedaagde 1] en [gedaagde 2]
- de mondelinge behandeling in het incident van 31 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
2.Feiten
3.De vordering in de hoofdzaak
4.De vordering in het incident
5.De beoordeling in het incident
6.De beslissing
14 januari 2026voor conclusie van antwoord,
3 december 2025.