ECLI:NL:RBNHO:2025:15860

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
23 december 2025
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
C/15/372688 / KG ZA 25-775
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Kort geding
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering overbedeling na omzetting in niet-opeisbare schulderkenning

In deze kortgedingprocedure vordert eiser betaling van een bedrag dat voortkomt uit een overbedelingsvordering die is omgezet in een schulderkenning door gedaagde. Partijen zijn ex-echtelieden die hun huwelijksvermogen hebben verdeeld, waarbij de woning aan gedaagde is toegedeeld en de overbedelingsvordering is vastgelegd in een notariële akte.

De notariële akte bepaalt dat het schuldig erkende bedrag alleen onmiddellijk opeisbaar is in specifieke gevallen, zoals vervreemding van het registergoed, faillissement, ondercuratelestelling of overlijden van gedaagde. Geen van deze gevallen doet zich voor, waardoor het bedrag niet opeisbaar is.

Hoewel eiser een spoedeisend belang heeft vanwege een financieringsvoorbehoud voor de aankoop van een woning, kan zij het bedrag niet opeisen omdat er geen vaste einddatum voor terugbetaling is afgesproken. De voorzieningenrechter wijst daarom de vordering af en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.

Uitkomst: De vordering wordt afgewezen omdat het schuldig erkende bedrag niet opeisbaar is.

Uitspraak

RECHTBANK Noord-Holland

Civiel recht
Zittingsplaats Haarlem
Zaaknummer: C/15/372688 / KG ZA 25-775
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak in kort geding van 23 december 2025
in de zaak van
[eiser],
te [plaats],
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser],
advocaat: mr. C.J. Avis-Knuit,
tegen
[gedaagde],
te [plaats],
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde],
advocaat: mr. M.J. de Vries
Het kort geding wordt gehouden in het gebouw van de rechtbank in Haarlem.
De zaak wordt behandeld door mr. W.S.J. Thijs, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. A. de Bert als griffier.
Aanwezig zijn:
- [eiser], bijgestaan door mr. Avis-Knuit
- [gedaagde], bijgestaan door mr. de Vries.
Partijen hebben op de zitting hun standpunten toegelicht. Vervolgens is de mondelinge behandeling korte tijd geschorst om de voorzieningenrechter de gelegenheid te geven om zich over de zaak te beraden. Na hervatting van de zitting heeft de voorzieningenrechter in aanwezigheid van partijen mondeling uitspraak gedaan.

1.De beoordeling

1.1.
[eiser] heeft spoedeisend belang bij haar vordering alleen al omdat zij het geld of een deel daarvan nodig heeft in verband met de aankoop van een woning waarvoor het financieringsvoorbehoud op 15 januari 2026 afloopt.
1.2.
Partijen zijn ex-echtelieden. Zij hebben het huwelijksvermogen verdeeld. Bij notariële akte van 9 oktober 2024 is de woning aan het [adres] in [plaats] toegedeeld aan [gedaagde]. In het kader van deze toedeling is de overbedelingsvordering van [eiser] op [gedaagde] voor een bedrag van € 34.418,50 omgezet in een schuldigerkenning van [gedaagde] aan [eiser].
Ter zake van de terugbetaling van het schuldig erkende bedrag vermeldt de notariële akte:
het schuldig erkende bedrag is, zonder enige opzegging of ingebrekestelling, te allen tijde onmiddellijk opeisbaar in de navolgende gevallen:
- bij vervreemding van het registergoed;
- bij faillissement of surséance van betaling van verkrijger of aanvragen daartoe
- ingeval van ondercuratelestelling van verkrijger en ingeval onderbewindstelling van het vermogen van verkrijger;
- bij overlijden van verkrijger.
1.3.
Geen van de tussen partijen afgesproken gevallen van onmiddellijke opeisbaarheid doet zich nu voor. Ook als [eiser] zich destijds niet heeft gerealiseerd dat er geen vaste einddatum is afgesproken voor de terugbetaling van het schuldig erkende bedrag betekent dit niet dat zij dit bedrag nu kan opeisen. Dit betekent dat het schuldig erkende bedrag niet opeisbaar is en dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen.
Proceskosten
1.4.
De voorzieningenrechter heeft geen reden om af te wijken van het uitgangspunt dat in familiezaken de proceskosten tussen partijen zo worden gecompenseerd dat iedere partij de eigen kosten draagt.

2.De beslissing

De voorzieningenrechter:
2.1.
wijst de vorderingen af,
2.2.
compenseert de proceskosten tussen partijen zo dat iedere partij de eigen kosten draagt.
De voorzieningenrechter sluit de zitting.
Deze mondelinge uitspraak is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
Dit proces-verbaal is opgemaakt en ondertekend door de voorzieningenrechter.