Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de pleitnotitie van mr. van de Leur namens [eiser]
- de pleitnota van mr. van Marissing namens [gedaagde].
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
op dat momentaan [eiser] bekende bouwplan, waarop de omgevingsvergunning is verleend. Vast staat dat daarin sprake was van een overbouwsituatie. Het plan waarop de hiervoor vermelde overeenstemming voortbouwt is eerst kort voor de zitting aan [eiser] voorgelegd. [eiser] heeft dan ook met reden deze procedure aanhangig gemaakt. [gedaagde] moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen.