ECLI:NL:RBNHO:2025:15856
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot nakoming alimentatieverplichting en schorsing executie afgewezen
De dochter vordert achterstallige alimentatie van haar vader, die stelt dat hij met incidentele betalingen al voldoende heeft bijgedragen. De vader vordert schorsing van de executie van de alimentatiebeschikking en stelt dat zijn betalingen in mindering moeten worden gebracht.
De rechtbank onderzoekt de aard van de betalingen en het onderlinge begrip tussen partijen. Er is een verstoorde verstandhouding en geen vaste maandelijkse bijdrage, maar een systeem waarbij de dochter haar uitgaven bijhield en de vader incidenteel betaalde. De rechter maakt onderscheid tussen betalingen voor levensonderhoud en incidentele uitgaven.
De rechtbank acht aannemelijk dat een bedrag van €1.850,41 van de door vader gedane betalingen als alimentatie kan worden beschouwd. De vader moet nog €3.710,15 betalen over de periode tot en met december 2025, met wettelijke rente vanaf de datum van aanmaning door het LBIO. De vordering tot schorsing van executie wordt afgewezen en de proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Vader moet nog €3.710,15 aan alimentatie betalen en de vordering tot schorsing van executie wordt afgewezen.