Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 16 oktober 2025, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt.
- de pleitnotities van mr. Bathoorn namens [eiser 1]
Rechtbank Noord-Holland
In deze kortgedingprocedure vordert de moeder, eigenaar van een woning, dat haar zoon deze woning uiterlijk 31 januari 2026 ontruimt. De zoon woont sinds 2019 in de woning en heeft vanwege privéomstandigheden nog geen vervangende woonruimte kunnen vinden. Partijen hebben op 20 februari 2025 een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin de zoon zich verplichtte de woning uiterlijk 31 augustus 2025 te verlaten.
De zoon beroept zich op redelijkheid en billijkheid en verzoekt uitstel van ontruiming tot het vinden van passende woonruimte. Tijdens de mondelinge behandeling is overeengekomen dat de zoon uiterlijk 31 januari 2026 de woning zal verlaten, mits hij een arbeidsovereenkomst en salarisbetaling kan overleggen. Deze stukken zijn inmiddels overgelegd.
De voorzieningenrechter veroordeelt de zoon tot ontruiming van de woning uiterlijk 31 januari 2026 met afgifte van de sleutels aan de moeder. De gevraagde machtiging voor inzet van de sterke arm wordt afgewezen als overbodig. Gezien de familierelatie worden de proceskosten gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De zoon wordt veroordeeld de woning uiterlijk 31 januari 2026 te ontruimen zonder machtiging sterke arm, met kostencompensatie tussen partijen.