ECLI:NL:RBNHO:2025:15826
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.D. Kleijne
- P.A. Hesselink
- V.J.A. de Weerd
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs opzetverkrachting en niet-ontvankelijkheid vordering benadeelde partij
Op 26 augustus 2024 werd de aangeefster in hevig geëmotioneerde toestand aangetroffen in Haarlem en deed zij later aangifte van verkrachting. De verdachte werd beschuldigd van meerdere seksuele handelingen met dwang en zonder instemming van het slachtoffer.
De rechtbank stelde vast dat de verklaringen van de aangeefster inconsistent waren en dat er sprake was van geheugenverlies. Objectief bewijs ontbrak, aangezien forensisch onderzoek geen DNA-sporen of andere aanwijzingen opleverde die de tenlastelegging ondersteunden. Camerabeelden weerlegden bovendien enkele verklaringen van het slachtoffer.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 42 maanden, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte wegens onvoldoende bewijs. De rechtbank oordeelde dat niet wettig en overtuigend kon worden bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit had gepleegd en sprak hem vrij.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard omdat de tenlastelegging niet bewezen was. Een deskundigenrapportage over de betrouwbaarheid van de verklaring van het slachtoffer werd niet noodzakelijk geacht.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van opzetverkrachting.