ECLI:NL:RBNHO:2025:15821
Rechtbank Noord-Holland
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toewijzing vordering tot terugbetaling geleend bedrag in kort geding
In deze kortgedingzaak vordert eiser terugbetaling van een lening van €4.800,- en betaling van een honorarium van €20.000,- van gedaagde. Eiser stelt dat het geleende bedrag nodig was voor bankkosten om geld vrij te krijgen en dat gedaagde de terugbetaling en honorarium niet heeft voldaan.
De kantonrechter oordeelt dat eiser een spoedeisend belang heeft bij de terugbetaling van de lening, omdat het geld uit het huishoudbudget of noodkas komt en eiser daardoor in financiële problemen is geraakt. Gedaagde heeft de lening niet terugbetaald ondanks toezeggingen en aanmaningen.
De vordering tot betaling van het honorarium wordt afgewezen omdat eiser onvoldoende heeft aangetoond dat er een spoedeisend belang bestaat. De kantonrechter bepaalt dat partijen ieder hun eigen proceskosten dragen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot terugbetaling van €4.800,-, maar de vordering tot betaling van €20.000,- honorarium wordt afgewezen.