De huurder heeft vanaf 15 november 2023 een bedrijfsruimte gehuurd voor drie jaar. In februari 2024 werd in het gehuurde een hennepkwekerij aangetroffen, waarna de gemeente bestuursdwang toepaste en het pand sloot van juni tot december 2024.
De verhuurder zegde de huurovereenkomst op per 6 december 2024 en verhuurde het pand daarna opnieuw. De huurder leverde de sleutels in op 23 februari 2024 en stelde dat de huurovereenkomst daarmee was geëindigd, waardoor hij geen huur meer verschuldigd zou zijn.
De kantonrechter oordeelt dat de huurovereenkomst niet eerder dan 6 december 2024 is geëindigd, omdat de huurder onvoldoende heeft bewezen dat de overeenkomst per 23 februari 2024 was beëindigd. De huurder is ernstig tekortgeschoten door het gebruik van het pand voor een hennepkwekerij, waardoor de verhuurder geen toegang hoefde te verlenen.
De huurder blijft daarom huur verschuldigd tot 6 december 2024, ook al kon hij het pand niet gebruiken. De vordering tot betaling van huur, energiekosten, bestuursdwangkosten, incassokosten en rente wordt toegewezen, minus de borg. De huurder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.