Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
- een schone en/of gezonde en/of veilige leefruimte en/of
- voldoende leefruimte en/of voldoende gelegenheid tot beweging;
zijnde de terminologie gebezigd in deze tenlastelegging in de zin van de Wet dieren.
2.Voorvragen
3.Beoordeling van het bewijs
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2025;
- een proces-verbaal van aangifte door aangever [slachtoffer C] van 9 augustus 2023 (pagina’s 5 tot en met 8);
- een proces-verbaal van bevindingen van 9 augustus 2023 met fotobijlagen (pagina’s 13 tot en met 18 van het procesdossier);
- de bekennende verklaring van de verdachte afgelegd ter terechtzitting van 25 november 2025;
- een proces-verbaal van bevindingen van 19 november 2024 met fotobijlagen (pagina’s 5 tot en met 57 van het procesdossier).
- een schone en/of gezonde en/of veilige leefruimte.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
gekwalificeerde opzetverkrachting;
bedreiging met zware mishandeling;
mishandeling;
zich gedragen in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 2.2, achtste lid, van de Wet dieren.
5.Strafbaarheid van de verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Bijkomende straf
2. 1 STK Kat (PL1100-2024257554-G1670036, Rood),
8.Vordering benadeelde partij [slachtoffer A] (feit 1)
9.Vordering benadeelde partij [slachtoffer C] (feit 3)
10.Vordering tot tenuitvoerlegging
11.Toepasselijke wettelijke voorschriften
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 33, 33a, 36f, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2.2, 8.11a en 8.12 van de Wet dieren.
12.Beslissing
18 [achttien] maanden.
8 [acht] maanden nietten uitvoer zal worden gelegd en stelt daarbij een proeftijd vast van 3 [drie] jaren;
dadelijk uitvoerbaarzijn;
240 [tweehonderdveertig] urentaakstraf die bestaat uit het verrichten van onbetaalde arbeid, bij het niet of niet naar behoren verrichten daarvan te vervangen door 120 [honderdtwintig] dagen hechtenis;
2. 1 STK Kat (PL1100-2024257554-G1670036, Rood);
€ 5.000,- [vijfduizend euro], als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 14 oktober 2024 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer A] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;
€ 200,- [tweehonderd euro], bestaande uit € 100,- [honderd euro] als vergoeding voor de materiële en € 100,- [honderd euro] als vergoeding voor de immateriële schade, en veroordeelt de verdachte tot betaling van dit bedrag vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 9 augustus 2023 tot aan de dag der algehele voldoening, aan [slachtoffer C] , voornoemd, tegen behoorlijk bewijs van kwijting;