In deze zaak heeft Bouwmaat Nederland B.V. (hierna: Bouwmaat) nakoming van een overeenkomst gevorderd van Maf Haarlem B.V. (hierna: Maf) door betaling van twee facturen ter hoogte van € 20.791,58. Maf heeft een beroep gedaan op opschorting van betaling en verrekening, maar dit verweer is door de kantonrechter verworpen. De kantonrechter oordeelt dat Maf onvoldoende concreet heeft gesteld en niet heeft onderbouwd welk gedeelte van de bestelling niet zou zijn geleverd, wat de afspraken waren omtrent het ophalen van de verpakkingsmaterialen en wat de gestelde bonusregeling inhield. Hierdoor wordt de vordering van Bouwmaat toegewezen.
De procedure is gestart met een dagvaarding, gevolgd door een conclusie van antwoord en een tussenvonnis waarin een mondelinge behandeling is bepaald. Tijdens de mondelinge behandeling op 11 november 2025 zijn beide partijen niet verschenen. De kantonrechter heeft vervolgens vonnis bepaald. De feiten van de zaak zijn dat Bouwmaat een groothandel in bouwmaterialen is en Maf een horecaonderneming. Partijen waren overeengekomen dat Maf goederen en diensten van Bouwmaat zou afnemen, maar Maf heeft slechts een deel van de facturen betaald.
De kantonrechter heeft vastgesteld dat Maf in beginsel een bedrag van € 20.791,58 aan Bouwmaat verschuldigd was, waarvan een deel is voldaan. Het beroep van Maf op opschorting en verrekening is afgewezen, omdat zij niet voldoende bewijs heeft geleverd voor haar stellingen. De kantonrechter heeft de vordering van Bouwmaat toegewezen, inclusief wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten. Tot slot is Maf veroordeeld in de proceskosten van Bouwmaat.