ECLI:NL:RBNHO:2025:15594

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11024331 \ CV EXPL 24-933
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis inzake vernietiging oneerlijk incassokostenbeding en toewijzing hoofdsom en wettelijke rente

In deze zaak heeft de kantonrechter op 24 december 2025 een verstekvonnis gewezen in de procedure tussen Tandheelkundig Centrum Opmeer B.V. en een niet verschenen gedaagde partij. De eisende partij had in een tussenvonnis van 3 september 2025 de gelegenheid gekregen om zich uit te laten over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden, specifiek het incassokostenbeding. De kantonrechter heeft in zijn beoordeling geconcludeerd dat het incassokostenbeding oneerlijk is en heeft dit beding vernietigd. De eisende partij stelde dat zij de wettelijke regeling had gevolgd en geen uitvoering had gegeven aan het beding, maar dit argument werd door de kantonrechter verworpen. De beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden is namelijk niet afhankelijk van de feitelijke uitvoering door de handelaar, maar van de mogelijkheid van toepassing op het moment van de overeenkomst.

Daarnaast heeft de kantonrechter het rentebeding in de algemene voorwaarden getoetst en niet oneerlijk bevonden. De gevorderde hoofdsom en wettelijke rente zijn toegewezen, terwijl de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten zijn afgewezen. De gedaagde partij is in het ongelijk gesteld en veroordeeld tot betaling van de proceskosten, met uitzondering van de kosten voor de akte die voor rekening van de eisende partij blijven. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Alkmaar
Zaaknr./rolnr.: 11024331 \ CV EXPL 24-933
Uitspraakdatum: 24 december 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Tandheelkundig Centrum Opmeer B.V.
te Opmeer
de eisende partij
gemachtigde: P. de Ruijter
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over het in dat tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel omtrent de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van dat tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

2.1.
De eisende partij stelt zich in de akte samengevat op het standpunt dat zij in de buitengerechtelijke fase de wettelijke regeling heeft gevolgd en geen uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in het incassokostenbeding. Dit betoog slaagt niet. Dat de eisende partij, zoals zij stelt, nooit uitvoering heeft gegeven aan het bepaalde in artikel 12 van de algemene voorwaarden, doet aan de oneerlijkheid daarvan niet af. Of de eisende partij de consument ook daadwerkelijk aan de bedongen afspraken houdt of in de praktijk alleen naleving van wettelijke bepalingen verlangt, is namelijk voor de beoordeling van de (on)eerlijkheid van algemene voorwaarden niet relevant. Het beding moet worden beoordeeld naar het moment waarop de overeenkomst is aangegaan en beslissend is daarom niet of en hoe de handelaar het beding heeft toegepast, maar hoe het zou kunnen worden toegepast.
2.2.
Concluderend ziet de kantonrechter geen aanleiding om anders over het incassokostenbeding te oordelen dan zoals in het tussenvonnis is overwogen. Daarom zal artikel 12 van de algemene voorwaarden worden vernietigd, voor zover dit ziet op de buitengerechtelijke incassokosten. Gelet hierop zullen de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.3.
Het rentebeding in artikel 10 van de algemene voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
2.4.
De gevorderde hoofdsom en wettelijke rente worden toegewezen, omdat deze vorderingen de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomen. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden gelet op het voorgaande afgewezen.
Conclusie en proceskosten
2.5.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.6.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen. Daarbij wordt de gedaagde partij ook veroordeeld tot betaling van € 20,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 117,33, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 113,05 vanaf 28 maart 2024 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 137,38;
griffierecht € 130,00;
salaris gemachtigde € 40,00;
3.3.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van € 20,00 aan nasalaris, voor zover daadwerkelijk nakosten door de eisende partij worden gemaakt;
3.4.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.5.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter