ECLI:NL:RBNHO:2025:15591

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
9 januari 2026
Zaaknummer
11733308 \ CV EXPL 25-3477
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Verstek
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vonnis in kort geding over transparant prijsbeding en vernietiging incassokostenbeding

Elysee Netherlands B.V. heeft een vordering ingesteld tegen de gedaagde partij wegens niet-betaling van een overeengekomen bedrag. De gedaagde partij is niet verschenen, waarna verstek is verleend. De kantonrechter heeft ambtshalve het prijsbeding en de algemene voorwaarden getoetst op transparantie en oneerlijkheid.

Uit de stukken blijkt dat de eisende partij voorafgaand aan de overeenkomst een vaste maandprijs heeft opgegeven, waardoor het prijsbeding als transparant wordt aangemerkt en niet ambtshalve wordt vernietigd. Het incassokostenbeding in artikel 10 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden wordt echter bevestigd als oneerlijk en vernietigd, waardoor buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.

Het rentebeding in artikel 10 lid 1 wordt Pro niet als oneerlijk beoordeeld. De eisende partij vordert wettelijke rente, maar heeft onvoldoende onderbouwing gegeven over de periode, waardoor rente wordt toegewezen vanaf de dagvaarding. De hoofdsom wordt toegewezen omdat deze niet onrechtmatig of ongegrond is. De gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van het bedrag, de wettelijke rente en proceskosten, met uitzondering van de kosten van de akte die voor rekening van de eisende partij blijven.

Het vonnis is gewezen door kantonrechter W.S.J. Thijs en op 24 december 2025 in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: De kantonrechter wijst de hoofdsom en wettelijke rente vanaf dagvaarding toe, vernietigt het incassokostenbeding en veroordeelt de gedaagde tot betaling en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 11733308 \ CV EXPL 25-3477
Uitspraakdatum: 24 december 2025
Verstekvonnis van de kantonrechter in de zaak van:
Elysee Netherlands B.V.
te Amsterdam
de eisende partij
gemachtigde: M.P.A. Roelands
tegen
[gedaagde]
te [plaats]
de gedaagde partij
niet verschenen

1.De verdere procedure

1.1.
Bij tussenvonnis van 3 september 2025 is de eisende partij in de gelegenheid gesteld om zich uit te laten over de totstandkoming van de prijs van de overeenkomst en over het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oordeel over de oneerlijkheid van een beding in de algemene voorwaarden. Ter uitvoering van het tussenvonnis heeft de eisende partij een akte genomen.

2.De verdere beoordeling

Het prijsbeding
2.1.
Uit de akte blijkt dat de eisende partij vóór het sluiten van de overeenkomst een prijsopgave aan de gedaagde partij heeft verstrekt met daarin vermeld een ‘vaste’ maandprijs. Daarmee is sprake van een transparant prijsbeding, zodat dit niet ambtshalve door de kantonrechter wordt getoetst op oneerlijkheid.
De algemene voorwaarden
2.2.
De eisende partij heeft zich in de akte gerefereerd aan het in het tussenvonnis gegeven voorlopige oneerlijkheid over het incassokostenbeding in artikel 10 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden. De kantonrechter ziet geen reden om daar nu anders over te denken en vernietigt dit beding. Dit betekent dat de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen.
2.3.
In artikel 9 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden staat een prijswijzigingsbeding. Uit de stukken blijkt dat de eisende partij de prijs gedurende de looptijd van de overeenkomst niet heeft gewijzigd, zodat dit beding geen verband houdt met de onderhavige vordering. Daarom zal de kantonrechter dit beding niet toetsen op (on)eerlijkheid.
2.4.
Het rentebeding in artikel 10 lid 1 van Pro de algemene voorwaarden is door de kantonrechter getoetst en niet oneerlijk bevonden.
Wat is toewijsbaar?
2.5.
De eisende partij heeft een bedrag aan vervallen wettelijke rente gevorderd. Zij heeft echter niet toegelicht over welke periode deze rente is berekend en waarom. De kantonrechter kan daardoor niet beoordelen of er een grondslag voor deze vordering bestaat. Daarom wordt dit onderdeel van de vordering afgewezen. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding.
2.6.
De gevorderde hoofdsom wordt toegewezen, omdat deze vordering de kantonrechter niet onrechtmatig of ongegrond voorkomt.
Conclusie en proceskosten
2.7.
De vordering wordt (grotendeels) toegewezen.
2.8.
De gedaagde partij wordt (overwegend) in het ongelijk gesteld en zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten voor de genomen akte blijven echter voor rekening van de eisende partij, omdat het aan haarzelf te wijten is dat het nodig was deze akte op te stellen.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling aan de eisende partij van € 825,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 19 mei 2025 tot aan de dag van de gehele betaling;
3.2.
veroordeelt de gedaagde partij tot betaling van de proceskosten, die de kantonrechter aan de kant van de eisende partij tot en met vandaag vaststelt op:
dagvaarding € 120,21;
griffierecht € 340,00;
salaris gemachtigde € 135,00;
3.3.
verklaart de veroordeling(en) in dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
3.4.
wijst de vordering voor het overige af.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.S.J. Thijs en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter