Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBNHO:2025:1540

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 februari 2025
Publicatiedatum
14 februari 2025
Zaaknummer
11423143
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:673 BWArt. 7:686a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning transitievergoeding en vergoeding niet-genoten vakantie-uren na beëindiging arbeidsovereenkomst

De werknemer, werkzaam als bedrijfsleider bij Mirror Paviljoen B.V., verzocht de rechtbank om toekenning van een transitievergoeding na het beëindigen van haar arbeidsovereenkomst per 3 september 2024. Daarnaast vorderde zij betaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren, inclusief de wettelijke verhoging over deze uren, en de wettelijke verhoging over te laat betaald vakantiegeld.

De werkgever heeft geen verweerschrift ingediend en is niet op de zitting verschenen, ondanks behoorlijke oproeping. De kantonrechter besloot daarom zonder nadere oproeping of zitting te oordelen, omdat vaststond dat de werkgever op de hoogte was van de procedure en gelegenheid had gehad om verweer te voeren.

De kantonrechter stelde vast dat de werknemer recht heeft op een transitievergoeding van €1.224,- bruto conform artikel 7:673 BW Pro, omdat de arbeidsovereenkomst niet werd verlengd op initiatief van de werkgever. Tevens moest de werkgever €2.107,04 bruto betalen voor niet-genoten vakantie-uren met een wettelijke verhoging van 50% (€1.053,52) en een wettelijke verhoging van €1.176,27 bruto over het te laat betaalde vakantiegeld. Over deze bedragen werd ook wettelijke rente toegewezen.

De werkgever werd veroordeeld tot betaling van deze bedragen, plus proceskosten van €765,00. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de werkgever moet binnen twee weken een specificatie van de te betalen bedragen verstrekken.

Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot betaling van transitievergoeding, niet-genoten vakantie-uren met wettelijke verhoging en wettelijke verhoging over te laat betaald vakantiegeld.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Zaanstad
Zaaknummer / rekestnummer: 11423143 \ AO VERZ 24-38
Beschikking van 17 februari 2025
in de zaak van
[verzoekster],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. E.A.M. Heidstra,
[toevoegingsnr.: 4QJ7209]
tegen
de besloten vennootschap
Mirror Paviljoen B.V.,
te Monnickendam,
verwerende partij,
hierna te noemen: Mirror Paviljoen,
procederend bij de heer G.J.M. Kulik
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om toekenning van een transitievergoeding na het eindigen van de arbeidsovereenkomst en om betaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren. Werknemer verzoekt ook de wettelijke verhoging over de vakantie-uren en het te laat betaalde vakantiegeld. De kantonrechter wijst het verzoek toe, omdat dit op de wet gegrond is en omdat de werkgever geen verweer gevoerd heeft. Werkgever heeft geen verweerschrift ingediend en is ook niet op de zitting verschenen. De kantonrechter is van oordeel dat op het verzoek van werknemer kan worden beslist zonder nadere oproeping van de werkgever en zonder nadere zitting, omdat vaststaat dat (de gemachtigde van) de werkgever op de hoogte is van datum en tijdstip van de zitting en van de gelegenheid om een verweerschrift in te dienen.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft een verzoek gedaan om een transitievergoeding toe te kennen en zij heeft daarnaast onder meer verzocht om uitbetaling van vakantie-uren en de wettelijke verhoging.
1.2.
Op 3 februari 2025 heeft een mondelinge behandeling plaatsgevonden. [verzoekster] en haar gemachtigde zijn verschenen. Mirror Paviljoen is, ondanks dat zij behoorlijk is opgeroepen, niet op de zitting verschenen. [verzoekster] heeft haar verzoek toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. Vóór de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] haar verzoek gewijzigd.

2.De feiten

2.1.
[verzoekster] , geboren [geboortedatum] 1994, is sinds 4 maart 2023 in dienst bij Mirror Paviljoen op basis van een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd. De functie van [verzoekster] is bedrijfsleider met een loon van € 17,82 bruto per uur.
2.2.
Op 27 juli 2024 heeft Mirror Paviljoen aangezegd dat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet zou worden verlengd. De arbeidsovereenkomst is geëindigd op 3 september 2024.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekster] verzoekt Mirror Paviljoen te veroordelen tot betaling van een transitievergoeding van € 1.224,- bruto. Ook verzoekt [verzoekster] dat Mirror Paviljoen veroordeeld wordt een vergoeding voor opgebouwde doch niet genoten vakantie-uren van € 2.107,04 bruto te betalen, met wettelijke verhoging. [verzoekster] verzoekt tot slot dat Mirror Paviljoen veroordeeld wordt de wettelijke verhoging (€ 1.176,27) over het te laat betaalde vakantiegeld te betalen.
3.2.
Aan dit verzoek legt [verzoekster] ten grondslag – kort gezegd – dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen is geëindigd op 3 september 2024 en dat [verzoekster] op grond van artikel 7:673 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) recht heeft op een transitievergoeding. [verzoekster] heeft ook vakantiedagen/uren opgebouwd maar nooit opgenomen, zodat zij bij het einde van de arbeidsovereenkomst recht heeft op uitbetaling daarvan. Mirror Paviljoen heeft echter niet het volledige opgebouwde urenaantal van 269,8 uur uitbetaald. Zij heeft 151,56 uur uitbetaald en 118,24 uur, overeenkomende met € 2.107,04 bruto onbetaald gelaten en Mirror Paviljoen is gehouden dit alsnog uit te betalen. Over dit bedrag is Mirror Paviljoen, omdat er niet tijdig is betaald, ook de wettelijke verhoging van € 1.053,52 bruto verschuldigd. Mirror Paviljoen heeft verder het vakantiegeld waar [verzoekster] recht op heeft (€ 1.304,13 en € 1.048,41 bruto) wel betaald, maar te laat en daarom is Mirror Paviljoen ook daarover de wettelijke verhoging (van € 1.176,27 bruto) verschuldigd.

4.De beoordeling

4.1.
Het gaat in deze zaak om de vraag of Mirror Paviljoen moet worden veroordeeld tot betaling van een transitievergoeding van € 1.224,- bruto, de opgebouwde maar niet genoten vakantie-uren plus de wettelijke verhoging daarover en de wettelijke verhoging over het te laat betaalde vakantiegeld.
4.2.
De kantonrechter overweegt dat Mirror Paviljoen geen verweerschrift heeft ingediend en ook niet op de zitting is verschenen. Omdat Mirror Paviljoen niet in de procedure is verschenen, zou een oproeping voor de zitting in beginsel bij aangetekende brief moeten plaatsvinden. In dit geval ziet de kantonrechter reden om te bepalen dat kon worden volstaan met een oproeping bij gewone brief, zoals de rechtbank heeft gedaan met een brief van 9 december 2024, en dat op het verzoek van [verzoekster] kan worden beslist zonder nadere oproeping of zitting. Het is voldoende aannemelijk dat Mirror Paviljoen op de hoogte was van het (gewijzigde) verzoek en de zitting aangezien de gemachtigde van [verzoekster] op de zitting heeft verklaard contact te hebben gehad met de gemachtigde van Mirror Paviljoen en dat Mirror Paviljoen op de hoogte was van datum en tijdstip van de zitting en van de mogelijkheid een verweerschrift in te dienen. Gelet op het voorgaande moet ervan worden uitgegaan dat Mirror Paviljoen ervoor heeft gekozen geen verweer te voeren en niet op de zitting te verschijnen.
4.3.
[verzoekster] heeft het verzoek tot toekenning van een transitievergoeding tijdig ingediend, omdat het is ontvangen binnen drie maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd.
4.4.
Uit artikel 7:673 lid 1 BW Pro volgt dat de werkgever aan de werknemer een transitievergoeding verschuldigd is indien – kort gezegd – de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet. Aan deze voorwaarde is voldaan. Immers, Mirror Paviljoen heeft in een brief van 27 juli 2024 aangezegd dat de arbeidsovereenkomst van rechtswege zou eindigen en niet zou worden verlengd. [verzoekster] heeft dus aanspraak op een transitievergoeding van € 1.244,- bruto. Mirror Paviljoen heeft hiertegen ook geen verweer gevoerd en Mirror Paviljoen zal worden veroordeeld tot betaling daarvan. Met toepassing van artikel 7:686a lid 1 BW zal de gevorderde wettelijke rente over de transitievergoeding worden toegewezen, te rekenen vanaf een maand na de dag waarop de arbeidsovereenkomst is geëindigd, dus vanaf 3 oktober 2024.
4.5.
[verzoekster] heeft op grond van de arbeidsovereenkomst ook recht op betaling van opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen en in geval van te late betaling de wettelijke verhoging daarover en zij heeft ook recht op een wettelijke verhoging voor het geval het vakantiegeld te laat betaald wordt. Mirror Paviljoen heeft ook hiertegen geen verweer gevoerd, zodat Mirror Paviljoen veroordeeld zal worden tot betaling van 118,24 vakantie-uren, overeenkomende met € 2.107,04 bruto, de wettelijke verhoging daarover van € 1.053,52 bruto, en de wettelijke verhoging van € 1.176,27 bruto over het te laat betaalde vakantiegeld. De wettelijke rente over voorgaande bedragen zal eveneens worden toegewezen.
4.6.
De proceskosten komen voor rekening van Mirror Paviljoen, omdat Mirror Paviljoen ongelijk krijgt. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op € 765,00 (€ 87,00 aan griffierecht, € 543,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten).

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Mirror Paviljoen om aan [verzoekster] een transitievergoeding te betalen van € 1.224,- bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 3 oktober 2024 tot aan de dag van de gehele betaling,
5.2.
veroordeelt Mirror Paviljoen om aan [verzoekster] een vergoeding voor opgebouwde maar niet-genoten vakantie-uren van € 2.107,04 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke verhoging van 50%, zijnde een bedrag van € 1.053,52 bruto en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze bedragen vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling,
5.3.
veroordeelt Mirror Paviljoen om aan [verzoekster] de wettelijke verhoging van € 1.176,27 bruto over het te laat betaalde vakantiegeld te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling,
5.4.
veroordeelt Mirror Paviljoen om binnen twee weken na de datum van deze beschikking een deugdelijke specificatie te verstrekken van de bedragen die Mirror Paviljoen op basis van deze beschikking aan [verzoekster] moet betalen;
5.5.
veroordeelt Mirror Paviljoen in de proceskosten van € 765,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.6.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [1] .
Deze beschikking is gegeven door mr. S. Slijkhuis en in het openbaar uitgesproken op
17 februari 2025.

Voetnoten

1.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.