Op 24 december 2025 heeft de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die op 14 oktober 2025 op Schiphol werd aangehouden met ongeveer 1,8 kg cocaïne in haar ruimbagage. De verdachte, die zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland was en gedetineerd in een penitentiaire inrichting, werd beschuldigd van het opzettelijk invoeren van cocaïne. Tijdens de zitting op 11 december 2025 heeft de officier van justitie, mr. M. Lenderink, gevorderd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde feit, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte. De rechtbank oordeelde dat de verdachte opzettelijk de cocaïne had ingevoerd, ondanks haar verklaring dat zij niet op de hoogte was van de inhoud van haar bagage. De rechtbank overwoog dat de verdachte, gezien de omstandigheden, een onaanvaardbaar risico had genomen door de inhoud van haar bagage niet te controleren. De rechtbank legde een gevangenisstraf van tien maanden op, met inachtneming van de recente uitgangspunten voor strafoplegging voor drugskoeriers. De rechtbank verklaarde ook het in beslag genomen geldbedrag van € 900 verbeurd, aangezien dit bedrag verkregen was door middel van het bewezen verklaarde feit.