Uitspraak
1.[eiser 1] ,
1.[gedaagde 1] ,
1.De procedure
- de mondelinge behandeling van 4 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de verstekverlening tegen de niet verschenen gedaagden.
Rechtbank Noord-Holland
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 4 november 2025 in een kort geding uitspraak gedaan over de ontruiming van een gehuurde woning. De eisende partijen, [eiser 1] c.s., hebben de gedaagde partijen, [gedaagde 1] c.s., aangeklaagd wegens een aanzienlijke huurachterstand van € 13.542,00. In een eerdere bodemprocedure was de vordering tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming afgewezen, omdat de verhuurders niet voldaan hadden aan hun verplichtingen onder het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening. Dit besluit vereist dat verhuurders huurachterstanden melden bij de gemeente en huurders wijzen op de mogelijkheden voor schuldhulpverlening. De kantonrechter oordeelde dat de verhuurders onvoldoende maatregelen hadden genomen om de ontruiming te voorkomen, aangezien zij de huurders pas op 1 augustus 2025 bij de gemeente hadden aangemeld en op 29 augustus 2025 de dagvaarding hadden betekend.
In het kort geding werd de vordering tot ontruiming toegewezen, omdat de kantonrechter oordeelde dat er een spoedeisend belang was en dat de huurachterstand ontruiming rechtvaardigde. De kantonrechter stelde vast dat de periode van twee maanden tussen de vroegsignalering en de dagvaarding was verstreken zonder dat er een traject van schuldhulpverlening was opgestart. De gedaagden werden veroordeeld om binnen drie dagen na betekening van het vonnis de woning te ontruimen en de proceskosten van € 777,47 te betalen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.