Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 17 december 2025 in de zaak tussen
[eiseres 2], uit [plaats 2] , tezamen eisers
[vergunninghoudster]uit [plaats 2] (vergunninghoudster)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Noord-Holland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft het beroep van eisers tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor een mondzorgpraktijk aan een adres in een plaats. Eisers vreesden dat de vergunning zou leiden tot een onevenredige toename van de parkeerdruk, waardoor klanten van hun concurrerende praktijk geen parkeergelegenheid zouden vinden.
De vergunninghoudster had in 2022 een aanvraag ingediend, die door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Haarlem niet tijdig werd beslist, waardoor de vergunning van rechtswege werd verleend. Na bezwaar en herroeping van die vergunning, werd de vergunning uiteindelijk alsnog verleend nadat vergunninghoudster een parkeeroplossing had getroffen door het huren van een garagebox voor werknemers.
De rechtbank oordeelde dat eisers als belanghebbenden moeten worden aangemerkt, omdat zij mogelijk gevolgen van enige betekenis ondervinden. De rechtbank verwierp de bezwaren van eisers dat zij niet gehoord waren en dat de gewijzigde aanvraag niet rechtsgeldig was. De rechtbank stelde vast dat het college de parkeerbehoefte op juiste wijze had berekend, inclusief de toepassing van een salderingsregeling en afrondingsregels.
Verder oordeelde de rechtbank dat de garagebox voldoende voorziet in de parkeerbehoefte van werknemers en dat het college terecht aannam dat bezoekers in de blauwe zones zullen parkeren, waar de parkeerdruk volgens het meest recente onderzoek lager dan 85% is. De hogere parkeerdruk uit latere onderzoeken kon niet worden toegeschreven aan de mondzorgpraktijk. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlening van de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning blijft in stand.