ECLI:NL:RBNHO:2025:15006

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
19 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
11741654
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werknemer en toewijzing van loon en aanzegvergoeding

In deze zaak verzoekt de werknemer, hierna te noemen [verzoekster], om vernietiging van een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever, Beentjes Groentebroers B.V. De kantonrechter oordeelt dat de opzegging door de werkgever niet rechtsgeldig is, omdat er geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer is die gericht is op beëindiging van het dienstverband. De werkgever heeft de arbeidsovereenkomst opgezegd, maar dit is niet rechtsgeldig gebeurd, omdat de werknemer niet schriftelijk heeft ingestemd met de opzegging en er geen dringende reden of toestemming van het UWV voor het ontslag aanwezig was. Het verzoek van de werknemer tot vernietiging van de opzegging wordt toegewezen.

Daarnaast wordt het verzoek van de werknemer om loonbetaling en aanzegvergoeding toegewezen. De kantonrechter oordeelt dat de werknemer recht heeft op loon vanaf 18 april 2025, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst voortduurt. De werkgever wordt veroordeeld tot betaling van de aanzegvergoeding van € 1.582,59 en achterstallig loon van € 547,82. De proceskosten komen voor rekening van de werkgever, omdat deze overwegend ongelijk krijgt. De beschikking is gegeven door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer / rekestnummer: 11741654 \ AO VERZ 25-48 (NE)
Beschikking van 19 december 2025
in de zaak van
[verzoekster],
te [woonplaats] ,
verzoekende partij,
hierna te noemen: [verzoekster] ,
gemachtigde: mr. M. Hoefs,
[toevoeging verleend onder nummer 4QT4817]
tegen
de besloten vennootschap BEENTJES GROENTEBROERS B.V.,
te Castricum,
verwerende partij,
hierna te noemen: Beentjes Groentebroers,
gemachtigde: mr. E.N. van Essen.
De zaak in het kort
In deze zaak verzoekt de werknemer om vernietiging van een opzegging van de arbeidsovereenkomst door de werkgever. Het verweer dat de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd slaagt niet, omdat niet is gebleken van een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werknemer gericht op beeindiging van het dienstverband. De kantonrechter oordeelt dat de werkgever de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, dat de opzegging niet rechtsgeldig is en wijst het verzoek daarom toe. Het verweer van de werkgever dat de werknemer geen recht heeft op loon slaagt, omdat de werknemer zich niet daadwerkelijk beschikbaar heeft gehouden voor werk. De verzochte aanzegvergoeding en het achterstallig loon als gevolg van een eenzijdige wijziging van de arbeidsomvang wordt toegewezen.

1.De procedure

1.1.
[verzoekster] heeft op 6 juni 2025 een verzoekschrift ingediend om onder meer een opzegging te vernietigen. De op 8 juli 2025 geplande mondelinge behandeling is op verzoek van partijen aangehouden in verband met schikkingsonderhandelingen. Na navraag door de rechtbank is op verzoek van [verzoekster] opnieuw een mondelinge behandeling bepaald. Beentjes Groentebroers heeft op 18 november 2025 een verweerschrift ingediend.
1.2.
Op 28 november 2025 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Partijen en hun gemachtigden hebben daar hun standpunten toegelicht en vragen beantwoord. De griffier heeft daarvan aantekeningen gemaakt. [verzoekster] en Beentjes Groentebroers hebben ook spreekaantekeningen overgelegd en voorgedragen. Vóór de mondelinge behandeling heeft [verzoekster] per e-mail van 20 november 2025 haar eis gewijzigd en nog stukken toegezonden en heeft Beentjes Groentebroers per brief van 24 november 2025 een loonstrook toegezonden.

2.De feiten

2.1.
Beentjes Groentebroers is een bedrijf dat groente levert aan onder andere de horeca.
2.2.
[verzoekster] , geboren [geboortedatum] 2001, is sinds 8 april 2024 in dienst bij Beentjes Groentebroers voor de duur van een jaar. De functie van [verzoekster] is medewerker snijderij met een loon van € 1.352,64 (per 1 juli 2025 € 1.382,40) bruto per vier weken bij een arbeidsomvang van 24 uur per week. Op de overeenkomst is de CAO Detailhandel AGF van toepassing.
2.3.
[verzoekster] komt uit Oekraïne en spreekt geen Nederlands en beperkt Engels. Zij verblijft in een Oekraïense vluchtelingenopvang in Heiloo. Beentjes Groentebroers en [verzoekster] communiceren met elkaar via Google Translate of via een Oekraïense collega die goed Engels spreekt.
2.4.
[verzoekster] start vaak rond 5.00 uur met haar werk.
2.5.
[verzoekster] heeft haar werkzaamheden voor Beentjes Groentebroers na 8 april 2025 voortgezet.
2.6.
Op 11 april 2025 heeft Beentjes Groentebroers via Whatsapp aan [verzoekster] gevraagd
“Hey, vanaf de 15 april ga je verhuizen toch?”. Daarop heeft [verzoekster] geantwoord
“Vanaf 18 april”. Beentjes Groentebroers heeft vervolgens gevraagd
“Zou je wel zaterdag de 19 de willen werken” “Ivm Pasen”, waarop [verzoekster] heeft geantwoord dat zij dan niet kan vanwege haar opleiding.
2.7.
Op 18 april 2025 heeft [verzoekster] gewerkt en afscheid genomen van haar collega’s.
2.8.
Beentjes Groentebroers heeft een eindafrekening per 18 april 2025 opgemaakt en het opgebouwde vakantiegeld uitbetaald.
2.9.
De toenmalige gemachtigde van [verzoekster] heeft per e-mail van 12 juni 2025 aan Beentjes Groentebroers bericht dat op 18 april 2025 aan [verzoekster] is medegedeeld dat zij niet hoefde terug te komen, dat [verzoekster] niet weet of daarmee het einde van het dienstverband is beoogd en dat zij zich beschikbaar houdt om haar werkzaamheden op eerste afroep te hervatten.
2.10.
Partijen hebben elkaar op 24 juni 2025 gesproken. In dat gesprek heeft Beentjes Groentebroers aan [verzoekster] laten weten dat zij per direct haar werkzaamheden mag hervatten.

3.Het verzoek en het verweer

3.1.
[verzoekster] verzoekt de kantonrechter – na wijziging van eis – om een voorlopige voorziening voor het doorbetalen van het loon vanaf 18 april 2025 en wedertewerkstelling. [verzoekster] vordert primair de opzegging van de arbeidsovereenkomst te vernietigen en Beentjes Groentebroers te veroordelen tot betaling van loon vanaf 18 april 2025, tot overlegging van salarisspecificaties en tot toelating tot het werk onder verbeurte van een dwangsom. Ook vordert [verzoekster] een verklaring voor recht dat zij aanspraak heeft op vakantiedagen vanaf 18 april 2025. Subsidiair verzoekt [verzoekster] om toekenning van de transitievergoeding, een billijke vergoeding, een gefixeerde schadevergoeding en verstrekking van een eindafrekening. In alle gevallen verzoekt [verzoekster] de aanzegvergoeding van € 1.582,59 bruto en achterstallig loon inclusief vakantiegeld over 27 januari 2025 tot en met 18 april 2025 van € 547,82 bruto, met rente en kosten.
3.2.
Volgens [verzoekster] is de opzegging niet rechtsgeldig. [verzoekster] voert het volgende aan. Omdat [verzoekster] na 8 april 2025 heeft doorgewerkt is een nieuwe arbeidsovereenkomst voor de duur van een jaar ontstaan. De opzegging per 18 april 2025 is onregelmatig en zonder redelijke grond. Beentjes Groentebroers beschikte niet over een vergunning van het UWV en er heeft zich geen dringende reden voorgedaan. Ook heeft [verzoekster] niet ingestemd met het ontslag.
3.3.
Beentjes Groentebroers voert verweer en stelt dat het verzoek moet worden afgewezen. Beentjes Groentebroers voert ‑ samengevat ‑ aan dat zij tevreden was over [verzoekster] en haar graag wilde behouden. [verzoekster] heeft de arbeidsovereenkomst echter opgezegd vanwege een verhuizing naar Bergen aan Zee per 15 april 2025. Ook vertelde [verzoekster] dat zij een andere baan heeft gevonden. [verzoekster] heeft dit met verschillende collega’s gedeeld, die daarover een verklaring hebben afgelegd. [verzoekster] heeft na 8 april 2025 tot haar verhuizing nog een paar dagen gewerkt. Op 18 april 2025 heeft [verzoekster] acht uur gewerkt en heeft vervolgens afscheid van haar collega’s genomen.

4.De beoordeling

Kern van de zaak
4.1.
Tussen partijen staat vast dat [verzoekster] na 8 april 2025 heeft doorgewerkt voor Beentjes Groentebroers en dat de arbeidsovereenkomst daardoor stilzwijgend is voortgezet voor de duur van een jaar [1] . Het gaat in deze zaak om de vraag of en door wie de arbeidsovereenkomst is opgezegd. [verzoekster] stelt zich op het standpunt dat Beentjes Groentebroers de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig heeft opgezegd en verzoekt daarom vernietiging van de opzegging. Volgens Beentjes Groentebroers mocht zij er gerechtvaardigd vanuit gaan dat [verzoekster] de arbeidsovereenkomst had opgezegd.
Opzegging van de arbeidsovereenkomst door werknemer, maatstaf
4.2.
In geval van opzegging van de arbeidsovereenkomst door een werknemer geldt op grond van vaste rechtspraak dat een "duidelijke en ondubbelzinnige" verklaring van de werknemer is vereist die is gericht op de beëindiging van de arbeidsovereenkomst. Deze strenge maatstaf dient ertoe de werknemer te behoeden voor de ernstige gevolgen die de opzegging van het dienstverband kan hebben, zoals het verlies van inkomen en het mogelijk verlies van aanspraken ingevolge de sociale zekerheidswetgeving, met name het recht op een werkloosheidsuitkering. In verband met die ernstige gevolgen zal een werkgever niet spoedig mogen aannemen dat een verklaring van de werknemer gericht op beëindiging van de dienstbetrekking in overeenstemming is met diens werkelijke wil. Als er voor de werkgever reden is te twijfelen aan de met de verklaring overeenstemmende wil van de werknemer, rust op de werkgever een onderzoeksplicht, alsmede de verplichting om de werknemer over de mogelijke gevolgen van de opzegging voor te lichten.
Geen ondubbelzinnige verklaring
4.3.
Volgens Beentjes Groentebroers heeft [verzoekster] op 26 februari 2025 een kopie van haar arbeidsovereenkomst gevraagd die zij haar vervolgens heeft verstrekt en heeft [verzoekster] enkele dagen daarna tegen de bedrijfsleider gezegd dat zij ging verhuizen naar Bergen aan Zee en per die datum zou stoppen bij Beentjes Groentebroers. Verder vertelde [verzoekster] volgens Beentjes Groentebroers dat zij een andere baan had gevonden, wat zij ook heeft gedeeld met haar collega’s. [verzoekster] heeft een andere lezing over de gang van zaken. Onduidelijk is of [verzoekster] op enig moment daadwerkelijk is verhuisd.
4.4
Ook als van de lezing van Beentjes Groentebroers wordt uitgegaan, mocht Beentjes Groentebroers niet zonder meer erop vertrouwen dat [verzoekster] de arbeidsovereenkomst wenste te beëindigen. Nergens blijkt uit dat partijen na het gestelde gesprek nog contact hebben gehad over een beëindiging van het dienstverband of dat Beentjes Groentebroers heeft gewezen op de gevolgen van de opzegging. Zo is er geen correspondentie waaruit blijkt dat Beentjes Groentebroers de opzegging schriftelijk heeft bevestigd. Er is alleen een eindafrekening gestuurd, en daarnaast is er de Whats App berichtenwisseling over de datum van verhuizing (zie 2.6). Hoewel [verzoekster] tijdens de zitting op vragen van de kantonrechter tegenstrijdig heeft verklaard, is ook gebleken dat het moeizaam communiceren is met [verzoekster] vanwege de taalbarrière. Uit de hiervoor genoemde omstandigheden kan daarom geen duidelijke en ondubbelzinnige verklaring worden afgeleid die was gericht op beëindiging van de dienstbetrekking. Het had op de weg van Beentjes Groentebroers gelegen om te onderzoeken of [verzoekster] daadwerkelijk ontslag wilde nemen en haar te wijzen op de gevolgen van een opzegging. Dit is niet gebeurd.
Opzegging arbeidsovereenkomst door werkgever
4.5.
De volgende vraag die voorligt is of Beentjes Groentebroers de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd, zoals [verzoekster] stelt maar Beentjes Groentebroers betwist.
4.6.
Bij de beantwoording van de vraag of een door de werkgever afgelegde verklaring strekt tot beëindiging van de dienstbetrekking zijn ernstige gevolgen zoals bij opzegging door een werknemer niet aan de orde. Er is daarom geen reden om een dergelijke verklaring van een werkgever anders te beoordelen dan aan de hand van de maatstaf van de wilsvertrouwensleer. Een duidelijke en ondubbelzinnige verklaring van de werkgever is niet vereist. [2] Met andere woorden: indien de werknemer een verklaring van de werkgever heeft opgevat als gericht op de beëindiging van de dienstbetrekking dan is dat voldoende om aan te nemen dat sprake is van een opzegging door de werkgever.
4.7.
In de gegeven omstandigheden, waarin voldoende is gebleken dat [verzoekster] de mondelinge verklaringen van Beentjes Groentebroers op 18 april 2025 heeft opgevat als dat zij is weggestuurd en niet meer hoefde terug te komen, zij na 18 april 2025 ook niet meer heeft gewerkt en Beentjes Groentebroers een eindafrekening per 18 april 2025 heeft opgemaakt, stelt de kantonrechter vast dat Beentjes Groentebroers de arbeidsovereenkomst mondeling heeft opgezegd.
De opzegging is niet rechtsgeldig
4.8.
Omdat [verzoekster] niet schriftelijk heeft ingestemd met de opzegging en een dringende reden of toestemming van het UWV voor het ontslag ontbreekt, is de opzegging door Beentjes Groentebroers niet rechtsgeldig. Het verzoek van [verzoekster] tot vernietiging van de opzegging van de arbeidsovereenkomst wordt daarom toegewezen.
Geen loon en opbouw vakantiedagen vanaf 18 april 2025
4.9.
[verzoekster] heeft in beginsel vanaf 18 april 2025 recht op loon, omdat de opzegging wordt vernietigd en de arbeidsovereenkomst sindsdien voortduurt. De loonvordering zal echter worden afgewezen, omdat het verweer van Beentjes Groentebroers dat [verzoekster] zich niet beschikbaar heeft gehouden voor werk slaagt. Daarvoor is het volgende redengevend.
4.10.
[verzoekster] heeft zich voor het eerst beschikbaar gesteld voor werk in de brief van 12 juni 2025. [verzoekster] is vervolgens uitgenodigd voor een gesprek met Beentjes Groentebroers op 26 juni 2025. Onweersproken is gebleven dat Beentjes Groentebroers tijdens dat gesprek heeft gezegd dat [verzoekster] per direct haar werkzaamheden kon hervatten. Dat heeft [verzoekster] niet gedaan. Daarna vindt op verzoek van partijen de eerder geplande mondelinge behandeling op 8 juli 2025 geen doorgang en wordt de zaak aangehouden. Vervolgens gebeurt er maanden niets; in elk geval zijn er geen aanwijzingen dat [verzoekster] zich voor werk beschikbaar heeft gesteld, ook niet na wijziging van haar gemachtigde. Pas na een vraag van de rechtbank over de voortgang van de procedure op 30 september 2025 heeft [verzoekster] verzocht om een nieuwe mondelinge behandeling. Op 20 november 2025, vlak voor de zitting, verklaart [verzoekster] zich opnieuw tegenover Beentjes Groentebroers bereid haar werkzaamheden te hervatten. Daarbij doet [verzoekster] voor het eerst een beroep op opschorting zolang de volgens haar bestaande loonachterstand en de aanzegvergoeding niet is betaald. In de brief staat weliswaar dat [verzoekster] het beroep op opschorting handhaaft, maar uit niets blijkt dat zij zich daarop eerder heeft beroepen. Het beroep op opschorting in de brief van 20 november 2025 kan er dan ook niet toe leiden dat het niet verrichten van de overeengekomen arbeid voor rekening van Beentjes Groentebroers komt. Dat [verzoekster] na 18 april 2025 daadwerkelijk bereid was haar werk te hervatten is niet gebleken en dat komt voor haar rekening en risico. De vordering van [verzoekster] tot loonbetaling na 18 april 2025 tot heden zal daarom worden afgewezen.
4.11.
De verzochte verklaring voor recht dat [verzoekster] aanspraak heeft op vakantiedagen vanaf 18 april 2025 wordt ook afgewezen. Voor de opbouw van vakantiedagen is de aanspraak op loon het beslissende criterium. [3] Omdat hiervoor is geoordeeld dat [verzoekster] geen aanspraak heeft op loon, heeft zij ook geen vakantiedagen opgebouwd.
4.12.
Het voorgaande brengt verder mee dat ook het verzoek tot verstrekking van salarisspecificaties vanaf 18 april 2025 zal worden afgewezen.
Toelating tot het werk, geen dwangsom
4.13.
Omdat de arbeidsovereenkomst voortduurt heeft [verzoekster] recht op tewerkstelling. Beentjes Groentebroers zal daarom worden veroordeeld om [verzoekster] binnen drie dagen na betekening van deze uitspraak toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden, zoals verzocht. Voor toekenning van een dwangsom ziet de kantonrechter geen aanleiding. Beentjes Groentebroers heeft zich vanaf het moment dat zij bekend is geworden met het standpunt van [verzoekster] dat de arbeidsovereenkomst niet rechtsgeldig is opgezegd vrijwillig bereid verklaard haar toe te laten tot het werk. Die bereidheid heeft zij in het verweerschrift herhaald.
4.14.
Vanaf het moment dat [verzoekster] haar werkzaamheden daadwerkelijk heeft hervat, heeft zij recht op loonbetaling, opbouw van vakantiedagen en salarisspecificaties. Daarbij gaat de kantonrechter als onbetwist er vanuit dat het loon vanaf 1 juli 2025
€ 1382,40 bruto per 4 weken bedraagt. Dienovereenkomstig zal worden beslist.
Aanzegvergoeding en achterstallig loon periode 27 januari 2025-18 april 2025
4.15.
[verzoekster] maakt aanspraak op de aanzegvergoeding. Beentjes Groentebroers had de wettelijke verplichting om [verzoekster] schriftelijk uiterlijk een maand voordat de arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd op 8 april 2025 van rechtswege eindigde, te informeren over het al dan niet voortzetten van die arbeidsovereenkomst, derhalve uiterlijk 8 maart 2025. [4] Dat heeft Beentjes Groentebroers niet gedaan. Deze verplichting geldt ook als tot het oordeel was gekomen dat de arbeidsovereenkomst door [verzoekster] zou zijn opgezegd. Beentjes Groentebroers is daarom aan [verzoekster] een vergoeding verschuldigd, gelijk aan één maand loon. [5] Beentjes Groentebroers zal worden veroordeeld tot betaling van € 1.582,59 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het tijdstip van opeisbaarheid van de aanzegvergoeding.
4.16.
Het verzoek tot betaling van achterstallig loon inclusief vakantiegeld over de periode van 27 januari 2025 tot en met 18 april 2025 van € 547,82 bruto wordt eveneens toegewezen. Het verweer van Beentjes Groentebroers dat op verzoek van [verzoekster] de arbeidsovereenkomst is aangepast, is tegenover de betwisting van [verzoekster] niet onderbouwd. Beentjes Groentebroers kan niet eenzijdig de arbeidsomvang van 24 uur naar 21 uur wijzigen. Weliswaar is gebleken dat [verzoekster] heeft gevraagd om een aanpassing van het rooster, namelijk dat ze niet meer op zaterdag kan werken in verband met een opleiding. Maar op de zitting heeft [verzoekster] verklaard dat zij heeft aangeboden om op een andere dag de gemiste (drie) uren te werken. Daarvan heeft Beentjes Groentebroers geen gebruik willen maken. In de arbeidsovereenkomst is een vaste arbeidsduur van 24 uur overeengekomen. Gelet op het voorgaande kan niet worden vastgesteld dat [verzoekster] heeft ingestemd met een vermindering van de arbeidsduur. Bij deze stand van zaken heeft [verzoekster] recht op het niet betaalde loon van drie uur per week in de periode 27 januari 2025 - 18 april 2025. Omdat de juistheid van het berekende loonbedrag inclusief vakantiegeld niet afzonderlijk is betwist, zal het daartoe strekkende worden toegewezen. De wettelijke rente is toewijsbaar vanaf het tijdstip van opeisbaarheid, zoals verzocht.
Voorlopige voorziening
4.17.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Een voorlopige voorziening kan alleen worden getroffen voor de duur van de procedure. Deze procedure is echter al geëindigd doordat een beslissing wordt genomen op het verzoek van [verzoekster] . [6]
Proceskosten
4.18.
De proceskosten komen voor rekening van Beentjes Groentebroers, omdat Beentjes Groentebroers overwegend ongelijk krijgt. Het verzoek om Beentjes Groentebroers te veroordelen in de daadwerkelijke proceskosten zal worden afgewezen. Voor een volledige vergoedingsplicht van proceskosten is alleen ruimte in buitengewone omstandigheden, waarbij moet worden gedacht aan misbruik van procesrecht of onrechtmatige daad. Daarvan is geen sprake. De proceskosten aan de zijde van [verzoekster] worden begroot op de geldende tarieven, neerkomende op € 1.039,00 (€ 90,00 aan griffierecht, € 814,00 aan salaris gemachtigde en € 135,00 aan nakosten), plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
vernietigt de opzegging van de arbeidsovereenkomst;
5.2.
veroordeelt Beentjes Groentebroers om [verzoekster] binnen drie dagen na betekening van deze uitspraak toe te laten tot de overeengekomen werkzaamheden;
5.3.
veroordeelt Beentjes Groentebroers tot betaling aan [verzoekster] van het overeengekomen van € 1.312,32 bruto loon per vier weken vanaf het moment dat [verzoekster] de bedongen werkzaamheden heeft hervat tot het moment dat de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig is geëindigd;
5.4.
veroordeelt Beentjes Groentebroers tot betaling aan [verzoekster] van € 1.582,59 bruto aan aanzegvergoeding;
5.5.
veroordeelt Beentjes Groentebroers tot betaling aan [verzoekster] van € 547,82 bruto aan achterstallig loon inclusief vakantiegeld, te vermeerderen met de wettelijke rente over de bedragen vanaf de dag van opeisbaarheid tot aan de dag van de gehele betaling;
5.6.
veroordeelt Beentjes Groentebroers in de proceskosten van € 1.039,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als Beentjes Groentebroers niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en de beschikking daarna wordt betekend;
5.7.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad [7] ;
5.8.
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. F.J. Lourens en in het openbaar uitgesproken op 19 december 2025.

Voetnoten

1.Artikel 7:668 lid 4 aanhef en onder b Burgerlijk Wetboek (BW)
3.Artikel 7:634 lid 1 BW.
4.Artikel 7:668 lid 1, onderdeel a, en lid 3 BW.
5.Artikel 7:668 lid 3 BW.
6.Artikel 223 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
7.Uitvoerbaar bij voorraad betekent dat de veroordelingen in de beschikking uitgevoerd moeten worden, ook als eventueel in hoger beroep wordt gegaan.