ECLI:NL:RBNHO:2025:14898

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 december 2025
Publicatiedatum
18 december 2025
Zaaknummer
11673022 \ CV EXPL 25-1630
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vordering tot betaling en geschil over contractsovername tussen SIVO MEDIA HOLDING B.V. en ROYAL COFFEE & TEA INNOVATIONS B.V.

In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Noord-Holland op 17 december 2025 uitspraak gedaan in een geschil tussen SIVO MEDIA HOLDING B.V. (hierna: SiVO) en ROYAL COFFEE & TEA INNOVATIONS B.V. (hierna: RCTI). SiVO vorderde betaling van RCTI van een bedrag van € 4.842,91, vermeerderd met rente en kosten, terwijl RCTI in reconventie een vordering instelde tegen SiVO voor een bedrag van € 1.264,45, eveneens vermeerderd met rente en kosten. De kern van het geschil betrof de vraag of SiVO niet-ontvankelijk was in haar vordering, omdat RCTI stelde dat er geen sprake was van cessie, maar van een contractsovername, waarvoor instemming van RCTI vereist was.

De kantonrechter oordeelde dat de akte die door SiVO was overgelegd, niet als een cessie kon worden aangemerkt, maar als een contractsovername. Dit hield in dat de gehele rechtsverhouding van SiVO Media Group B.V. naar SiVO was overgedragen, en niet enkel het vorderingsrecht. De rechter concludeerde dat er geen rechtsgeldige contractsovername had plaatsgevonden, omdat de instemming van RCTI ontbrak. Hierdoor werd de vordering van SiVO afgewezen en werd SiVO veroordeeld in de proceskosten.

In reconventie werd de vordering van RCTI eveneens afgewezen, omdat RCTI zich in dezelfde zaak op het standpunt stelde dat er geen contract was met SiVO. De rechter oordeelde dat RCTI haar vordering alleen kon instellen tegen SiVO Media Group B.V. en niet tegen SiVO. Ook RCTI werd veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitspraak

RECHTBANKNOORD-HOLLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Alkmaar
Zaaknummer: 11673022 \ CV EXPL 25-1630 TB
Vonnis van 17 december 2025
in de zaak van
de besloten vennootschap
SIVO MEDIA HOLDING B.V.,
te Alkmaar,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: SiVO,
gemachtigde: K.W.A. van der Meer,
tegen
de besloten vennootschap
ROYAL COFFEE & TEA INNOVATIONS B.V.,
te Oudkarspel,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: RCTI,
gemachtigde: mr. E.J.W. van den Berg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van 9 april 2025
- de conclusie van antwoord tevens eis in reconventie van 2 juli 2025
- het tussenvonnis van 16 juli 2025
- de brief van SiVO van 7 november 2025 met aanvullende producties
- de mondelinge behandeling van 19 november 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil

in conventie
2.1.
SiVO vordert - samengevat - veroordeling van RCTI tot betaling van € 4.842,91, vermeerderd met rente en kosten.
2.2.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.
in reconventie
2.3.
RCTI vordert - samengevat - veroordeling van SiVO tot betaling van € 1.264,45, vermeerderd met rente en kosten.
2.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

3.De beoordeling

in conventie
3.1.
Het meest verstrekkende verweer van RCTI is dat SiVO niet-ontvankelijk is in haar vordering, omdat RCTI een overeenkomst is aangegaan met SiVO Media Group B.V. en niet met SiVO (SiVO Media Holding B.V.). RCTI heeft aangevoerd dat geen sprake is van een cessie, maar dat sprake is van een contractsovername. Uit de akte maakt RCTI op dat de gehele rechtsverhouding aan SiVO is overgedragen in plaats van alleen het recht op betaling. Dit wijst op een contractsovername waarvoor instemming van RCTI is vereist op grond van artikel 6:159 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Die instemming ontbreekt, aldus RCTI.
3.2.
SiVO betwist dat zij niet-ontvankelijk is in haar vordering. De vordering van SiVO Media Group B.V. op RCTI is op 1 januari 2023 gecedeerd aan SiVO middels een akte van cessie. Daarnaast verwijst SiVO naar artikel 7 van de overeenkomst waarin is beschreven dat SiVO Media Group B.V. het recht heeft om de vordering over te dragen. SiVO stelt verder dat voor zover een formele mededeling niet zou hebben plaatsgevonden, de gezonden betalingsherinneringen of uiterlijk de dagvaarding als de vereiste mededeling aan de debiteur conform artikel 3:94 BW. Bovendien is RCTI niet in haar belangen geschaad en dient SiVO dan ook als de rechtmatige schuldeiser te erkennen.
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat de door SiVO in het geding gebracht akte [1] geen cessie, maar een contractsovername behelst. Uit de akte volgt dat de bedoeling van SiVO Media Group B.V. en SiVO is geweest om de gehele rechtsverhouding van SiVO Media Group B.V. en RCTI over te laten gaan op SiVO en niet enkel het vorderingsrecht. In de akte is namelijk onder de overwegingen opgenomen dat “
De cedent en de cessionaris een overeenkomst wensen te sluiten waarbij de cedent zijn/haar rechten en verplichtingen uit een of meer specifieke zakelijke overeenkomsten overdraagt aan de cessionaris”en in artikel 1: “
De cedent draagt hierbij alle rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de onderstaande overeenkomst(en) over aan de cessionaris (…).”. De kantonrechter gaat er daarom van uit dat de akte – met als titel CESSIE VAN OVERNAME – als een contractsovername heeft te gelden.
3.4.
Op basis van de wet kan een partij bij een overeenkomst haar rechtsverhouding tot de wederpartij alleen met medewerking van deze laatste overdragen aan een derde. [2] Voor de overdracht van de overeenkomst door SiVO Media Group B.V. aan SiVO was daarom de medewerking/instemming van RCTI noodzakelijk. Deze medewerking kan in elke vorm worden verleend en hoeft niet altijd te worden gegeven in de vorm van een uitdrukkelijke verklaring. De verklaring kan ook besloten liggen in een of meer gedragingen of zelfs in een stilzwijgen. Of dat laatste voldoende is, is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval. Uit de overgelegde stukken blijkt in ieder geval niet dat een contractsovername ter sprake is gekomen of dat RCTI met een contractsovername heeft ingestemd. Dat SiVO op de facturen beide bedrijfslogo’s heeft opgenomen (SiVO in een klein lettertype onder SiVO Media Group B.V.), is onvoldoende voor een stilzwijgende instemming of uitdrukkelijke verklaring die besloten ligt in een of meer gedragingen. Van contractsoverneming kan dan dus ook geen sprake zijn.
3.5.
Dit betekent dat er geen sprake is geweest van een rechtsgeldige contractsovername van de overeenkomst door SiVO. Omdat SiVO geen contractspartij van RCTI is of rechthebbende van de vordering, moet de vordering worden afgewezen. De overige stellingen van RCTI tegen de vordering behoeven daarom geen bespreking meer.
3.6.
SiVO is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van RCTI worden begroot op:
- salaris gemachtigde
542,00
(2 punten × € 271,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
677,00
in reconventie
3.7.
De vordering in reconventie ziet op betalingen door RCTI gedaan aan SiVO Media Group B.V. RCTI vordert hiervan – kort gezegd – terugbetaling, omdat deze onverschuldigd zouden zijn gedaan. Omdat RCTI zich in de zaak van de vordering op het standpunt stelt dat zij geen contract heeft met SiVO, geldt dit evenzeer in de zaak van de tegenvordering. Uitgangspunt is dan ook dat RCTI haar vordering slechts kan instellen tegen de SiVO Media Group B.V.
3.8.
De vordering van RCTI zal worden afgewezen.
3.9.
RCTI is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van SiVO worden begroot op:
- salaris gemachtigde
408,00
(2 punten × € 204,00)
- nakosten
102,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
510,00

4.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
4.1.
wijst de vordering af,
4.2.
veroordeelt SiVO in de proceskosten van € 677,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als SiVO niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
in reconventie
4.4.
wijst de vordering af,
4.5.
veroordeelt RCTI in de proceskosten van € 510,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als RCTI niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.S. Reid en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2025.

Voetnoten

1.Aanvullende productie 20 van SiVO van 7 november 2025.
2.Artikel 6:159 BW.