ECLI:NL:RBNHO:2025:14790

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
3 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
HAA 25/5008
Instantie
Rechtbank Noord-Holland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake woningsluiting door burgemeester wegens drugshandel

Op 3 december 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Noord-Holland uitspraak gedaan in de zaak tussen de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard en verzoekster, die in Heerhugowaard woont. De burgemeester had op 7 november 2025 besloten om de woning van verzoekster te sluiten voor een periode van zes maanden, omdat er aanwijzingen waren voor drugshandel vanuit de woning. Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit en verzocht om een voorlopige voorziening. Tijdens de zitting op 19 november 2025 is het verzoek behandeld, waarbij zowel verzoekster als de burgemeester vertegenwoordigd waren.

De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten op basis van artikel 13b van de Opiumwet, gezien de aangetroffen hoeveelheden hard- en softdrugs en de rapportages van de politie. De rechter oordeelde dat de sluiting van de woning zowel geschikt als noodzakelijk was om de openbare orde te herstellen. Verzoekster voerde aan dat de sluiting onevenredig was, vooral gezien haar minderjarige dochter, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de belangen van de burgemeester zwaarder wogen. De voorzieningenrechter wees het verzoek om een voorlopige voorziening af, waardoor de sluiting van de woning voor zes maanden in stand blijft.

De uitspraak benadrukt de bevoegdheid van de burgemeester om in te grijpen bij overtredingen van de Opiumwet en de afweging van belangen die daarbij komt kijken. De voorzieningenrechter concludeerde dat er onvoldoende aanleiding was om te twijfelen aan de rechtmatigheid van het besluit van de burgemeester, en dat de belangen van verzoekster niet zwaarder wogen dan die van de burgemeester.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Zittingsplaats Alkmaar
Bestuursrecht
zaaknummer: HAA 25/5008

uitspraak van de voorzieningenrechter van 3 december 2025 in de zaak tussen

[verzoekster], uit Heerhugowaard, verzoekster
(gemachtigde: mr. E.G.S. Roethof),
en

de burgemeester van de gemeente Dijk en Waard

(gemachtigde: mr. N.D. Voulon).

Procesverloop

1.1.
Met het bestreden besluit van 7 november 2025 heeft de burgemeester besloten de woning van verzoekster aan [adres] in [plaats] per 14 november 2025 te sluiten voor een periode van zes maanden. Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De burgemeester heeft op het verzoek gereageerd met een verweerschrift en toegezegd de sluiting op te schorten tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter.
1.3.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 19 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de man van verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de burgemeester.

Totstandkoming van het besluit

2.1.
Verzoekster woont samen met haar man en haar minderjarige dochter in de woning op het adres [adres] in [plaats] (hierna: de woning). Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland is eigenaar van de woning.
2.2.
De burgemeester heeft besloten tot sluiting van de woning voor de duur van zes maanden op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. Aanleiding hiervoor is geweest de inhoud van de bestuurlijke rapportage van de Politie Eenheid, Eenheid Noord-Holland, Basisteam Heerhugowaard, van 14 oktober 2024. Uit deze rapportage komt – kort samengevat – naar voren dat op 1 juli 2025 bij Meld Misdaad Anoniem (MMA) een melding is binnengekomen dat er vanuit de woning van verzoekster drugshandel zou plaatsvinden. De politie heeft naar aanleiding van deze MMA-melding onderzoek verricht. Uit de bevindingen van de politie blijkt dat onder meer op 17 september 2025,
25 september 2025 en 3 oktober 2025 korte bezoeken plaatsvonden bij de woning. Op
3 oktober 2025, terwijl de man van verzoekster in zijn voertuig zat, heeft de politie daadwerkelijk een drugsdeal tussen de man van verzoekster en een klant gezien. Daarop is de man van verzoekster aangehouden en is zijn voertuig doorzocht. De politie heeft het volgende in het voertuig aangetroffen:
  • bruin tasje met opdruk ‘Raw classic rolling papers’: De binnenkant van dit tasje bleek gemaakt van aluminium waardoor er nauwelijks geur uit het tasje komt. In dit tasje werden veertien (14) gripzakjes met henneptoppen aangetroffen. Na weging bleek het brutogewicht van de gripzakjes 49,40 gram. De zakjes waren voorzien van verschillende opdrukken zoals: Sweet Berry, Lavish, Critical Kush;
  • zwart tasje: In dit zwarte tasje werden negen (9) wikkels aangetroffen. Deze wikkels waren meer dan vermoedelijk gevuld met harddrugs. Na weging bleek het bruto gewicht van de wikkels 9,61 gram te zijn;
  • cash geld: In het voertuig werd in totaal 520 euro aan contant geld aangetroffen. Het geld bestond uit diverse coupures die verfrommeld waren. Het geld lag opgeborgen in twee afzonderlijke portemonneetjes/tasjes; en
  • telefoons: In het middenconsole werden drie telefoons aangetroffen. Een iPhone en twee Nokia’s aangetroffen.
Als gevolg van de aanhouding heeft de politie, onder leiding van een rechter-commissaris en een hulpofficier van justitie, de woning op 3 oktober 2025 doorzocht. Desgevraagd ontkende verzoekster dat er drugs of geld in de woning aanwezig was. Tijdens de doorzoeking is het volgende aangetroffen en in beslag genomen:
Soort drugs of materiaal
Hoeveelheid (netto)
Locatie aantreffen woonkamer/keuken
Contant geld
1585 euro
Heuptasje aan deurklink
Envelop contant geld
totaal bedrag van 1765 euro
Keukenkast
Zakje bruine substantie
1
Heuptasje aan deurklink
Soort drugs of materiaal
Hoeveelheid (netto)
Locatie aantreffen slaapkamer
Contant geld
totaal bedrag van 520 euro
Envelop
Cocaïne
272 verpakte wikkels cocaïne met ‘50’ daarop geschreven
Doorzichtige plastic tas
Contant geld
totaal bedrag van 990 euro
Houten kist
Soort drugs of materiaal
Hoeveelheid (netto)
Locatie aantreffen balkon
Hennep
2 plastic zakken hennepkoppen
Gele Jumbo tas
Hennep
hennepkoppen
Schoenendoos
Soort drugs of materiaal
Hoeveelheid (netto)
Locatie aantreffen berging
Weegschaal
3 stuks
Berging woning
Hennep
1 grot zak met hennepkoppen
Een grote zak in de berging
Soort drugs of materiaal
Hoeveelheid (netto)
Locatie aantreffen brievenbus
Contant geld
6500 euro
In een klein plastic zakje
Het geldbedrag van 6500 euro wat in de brievenbus is aangetroffen bestond uit 11 biljetten van 500 euro, 6 biljetten van 100 euro en 2 van 200 euro. De aangetroffen middelen zijn door de politie gewogen en nader onderzocht. Hierbij zijn de middelen door de politie onder meer indicatief getest. Uit het onderzoek van de politie bleek dat er in de woning een totale hoeveelheid van 196,21 gram cocaïne en een totale hoeveelheid van brutogewicht van 1306,87 gram hennep aanwezig was.
Verzoekster en haar man hebben in de afgelopen vijf jaar geen antecedenten op naam die in relatie staan tot het gepleegde strafbare feit.
In februari en maart 2025 zijn er bij de politie ook MMA-meldingen binnengekomen dat er vanuit de woning van verzoekster drugshandel zou plaatsvinden. Deze zijn echter niet in behandeling genomen. Er is door politiemedewerkers gedurende de maanden juli en augustus 2025 een aantal keren onderzoek gedaan bij de woning. Het beeld ontstond dat de bewoners mogelijk in het buitenland verbleven, omdat er op deze momenten geen beweging is gezien vanuit de woning.
2.3.
Voordat de burgemeester tot (het besluit tot) sluiting is overgegaan heeft hij bij brief van 23 oktober 2025 een voornemen tot sluiting van de woning vanaf 14 november 2025 voor de duur van zes maanden aan verzoekster en haar man kenbaar gemaakt. Op
28 oktober 2025 heeft een gesprek met verzoekster op het gemeentehuis plaatsgevonden, met name om te kijken naar de situatie van het kind en de mogelijkheden voor vervangende huisvesting. Ook heeft er telefonisch een gesprek met de schoonmoeder van verzoekster plaatsgevonden. Uit de mail van 31 oktober 2025 volgt dat verzoekster heeft besloten geen toestemming te gegeven voor het voorstel van het Eigen Plan-traject en om de school te vragen om extra op het kind te letten. Verzoekster heeft op 2 november 2025 gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen. Daarbij heeft verzoekster de volgende bijlagen overgelegd: een brief van de ambulante begeleider van de buurman van verzoekster van 21 oktober 2025, een ongedateerde brief van de schooljuffrouw, een brief van de kinderarts van 21 januari 2020 en foto’s van het kinderbed. De burgemeester heeft daarin geen aanleiding gezien om van handhaving af te zien.
2.4.
Bij de sluiting van de woning heeft de burgemeester – samengevat – overwogen dat de woning is gesloten, omdat de politie in de woning soft- en harddrugs heeft gevonden. Uit het onderzoek van de politie blijkt dat er in de woning een totale hoeveelheid van 196,21 gram cocaïne en 1.306,87 hennep aanwezig was. De cocaïne was verpakt in 272 wikkels. In de woning zijn meer attributen gevonden die wijzen op handel in drugs, zoals mobiele telefoons, cash geld en weegschalen. Uit onderzoek van de politie blijkt ook dat er sprake is van meerdere korte bezoeken aan de woning. Dit duidt op handel in drugs in en vanuit de woning. Bovendien zijn over de woning bij Meld Misdaad Anoniem verschillende meldingen binnengekomen. Al deze meldingen gaan over drugshandel vanuit de woning.
De burgemeester stelt zich op het standpunt dat er bevoegdheid is om de woning te sluiten en dat de sluiting van de woning geschikt, noodzakelijk en evenwichtig is.
2.5
Verzoekster verzoekt het besluit tot sluiting van de woning te schorsen of om een voorlopige voorziening te treffen in afwachting van het moment waarop op het bezwaarschrift is beslist. Verzoekster kan binnen deze korte termijn niet elders terecht. Omdat zij geen familie in Nederland heeft en op dit moment werkeloos is, zal zij samen met haar minderjarige dochter op straat komen te staan. Het is voor verzoekster onmogelijk om eventuele kosten te dragen om elders onderdak te vinden voor haar en haar minderjarige dochter. Tevens bevindt de school van de dochter zich op slechts vijf minuten loopafstand van de woning en verzoekster brengt haar lopend naar school, omdat zij niet over een rijbewijs beschikt. Indien zij op een andere locatie zou moeten wonen, wordt het voor haar moeilijk om haar dochter naar school te brengen. Doordat verzoekster en haar ex-man momenteel in scheiding liggen, zal zij voornamelijk de zorg voor de dochter dragen en haar dus naar school moeten brengen. Daarnaast voert verzoekster aan dat zij niet wist van de activiteiten van haar man.

Wet- en regelgeving

3.1.
Op grond van artikel 2, aanhef en onder B en C, van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren en aanwezig te hebben.
3.2.
Cocaïne is een middel dat vermeld staat op Lijst I behorende bij de Opiumwet en is dan ook een harddrugs.
3.3.
Op grond van artikel 3, aanhef en onder B en C, van de Opiumwet is het verboden een middel als bedoeld in de bij deze wet behorende lijst II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid te telen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken of te vervoeren en aanwezig te hebben.
3.4.
Hennep is een middel dat vermeld staat op Lijst II behorende bij de Opiumwet en is dan ook een softdrugs.
3.5.
Gelet op de tekst van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet, beschikt de burgemeester bij de uitoefening van de in die bepaling neergelegde bevoegdheid, over beleidsruimte. Dit betekent dat het aan de burgemeester is om de betrokken belangen af te wegen bij zijn besluit om deze bevoegdheid te gebruiken. Het is aan de bestuursrechter om te toetsen of de burgemeester na afweging van de betrokken belangen in redelijkheid daartoe heeft kunnen besluiten.
3.6.
Ter uitvoering van de bevoegdheid als bedoeld in artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet heeft de burgemeester het Damoclesbeleid gemeente Dijk en Waard - 2023 (hierna: het beleid) vastgesteld.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Spoedeisend belang
5. De voorzieningenrechter treft op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. Daarvan is in dit geval sprake omdat de burgemeester de woning van verzoekster op
14 november 2025, opgeschort tot na de uitspraak van de voorzieningenrechter, wil sluiten voor een periode van zes maanden.
Is er aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen?
6.1.
De voorzieningenrechter beoordeelt bij de vraag of zij een voorlopige voorziening zal treffen of het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft.
6.2.
De voorzieningenrechter zal zich bij de beoordeling van de gronden van het verzoek onder meer baseren op de uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 28 augustus 2019 [1] (overzichtsuitspraak) en van 2 februari 2022 [2] (evenredigheidsuitspraak). In de evenredigheidsuitspraak heeft de AbRS uitgesproken dat het bestreden besluit, indien bevoegd genomen, geschikt en noodzakelijk moet zijn om de beoogde doelen te bereiken en dat de genomen maatregel evenwichtig moet zijn.
Is de burgemeester bevoegd om tot sluiting over te gaan?
6.3.
De burgemeester heeft gebruik gemaakt van de bevoegdheid op grond van artikel 13b van de Opiumwet, omdat er sprake is van een overtreding van de Opiumwet. De aangetroffen hoeveelheid verdovende middelen maakt dat er sprake is van een handelshoeveelheid. Verzoekers hebben niet weersproken dat de aangetroffen hoeveelheid (hard)drugs niet voor verkoop, verstrekking of aflevering aanwezig was. De burgemeester is daarom bevoegd om ten aanzien van het pand een last onder bestuursdwang op te leggen.
Geschiktheid en noodzakelijkheid
6.4.
De voorzieningenrechter is daarnaast van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat de sluiting van de woning zowel een geschikt als een noodzakelijk middel vormt om het doel van herstel van de openbare orde te bereiken. In dit geval is voldoende aannemelijk gemaakt dat de woning deel uitmaakt van het drugscircuit gezien de omstandigheid dat de politie in de woning handelshoeveelheden drugs (waaronder harddrugs) heeft aangetroffen.
Is de sluiting evenwichtig?
6.5.
Uit het verweerschrift volgt dat de man van verzoekster op 13 november 2025 telefonisch contact heeft opgenomen met de gemachtigde van de burgemeester en dat hij heeft aangegeven dat hij de woning had leeggehaald. Tevens heeft hij aangegeven dat hij met het gezin naar een andere locatie zou gaan. De huur was inmiddels opgezegd bij Stichting Woonwaard Noord-Kennemerland. Dit is ook bevestigd door die stichting. Ter zitting is dit door verzoekster en haar man vervolgens weer weersproken. De voorzieningenrechter kan niet verifiëren wat nu precies de feitelijke situatie is, maar hij zal bij zijn beoordeling tot uitgangspunt nemen dat in ieder geval verzoekster en haar minderjarige dochter nog in de woning verblijven.
6.6.
Als de burgemeester zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat sluiting van de woning noodzakelijk is, dient hij zich ervan te vergewissen dat de sluiting evenwichtig is. Bij de beoordeling van de evenwichtigheid zijn verschillende omstandigheden van belang, zoals de mate van verwijtbaarheid van de aangeschreven persoon, een bijzondere binding met het pand en de mogelijkheid om weer van het pand gebruik te kunnen maken. De nadelige gevolgen van de sluiting moeten worden afgewogen tegen de omstandigheden die ertoe hebben geleid dat de burgemeester een sluiting noodzakelijk mocht vinden. Een sluiting met veel nadelige gevolgen is niet per definitie onevenwichtig. Het gedwongen moeten verlaten van de woning en het moeten zoeken naar vervangende woonruimte, leidt op zichzelf niet tot het oordeel dat de sluiting onevenredig is. Inherent aan de sluiting van de woning is immers dat de bewoner de woning moet verlaten. Dat is op zichzelf geen bijzondere omstandigheid.
6.7.
Over de mate van verwijtbaarheid heeft de AbRS in haar overzichtsuitspraak overwogen dat het ontbreken van iedere betrokkenheid bij de overtreding afzonderlijk of tezamen met andere omstandigheden kan maken dat de burgemeester niet van zijn bevoegdheid tot sluiting van de woning gebruik mag maken. Aan een betrokkene kan bijvoorbeeld geen verwijt van de overtreding worden gemaakt als hij niet op de hoogte was en evenmin redelijkerwijs op de hoogte kon zijn van de aanwezigheid van de aangetroffen drugs in zijn woning. Die situatie doet zich naar het oordeel van de voorzieningenrechter hier niet voor. Uit de bestuurlijke rapportage volgt dat er in de woonkamer/keuken, de slaapkamer, het balkon, de berging en de brievenbus van de woning een handelshoeveelheid soft- en harddrugs, een grote hoeveelheid cash geld en ook attributen gevonden zijn die wijzen op handel in drugs. Daarnaast is er geconstateerd dat er loop is naar de woning en dat er in en vanuit de woning gehandeld is. Voorshands acht de voorzieningenrechter daarom niet aannemelijk geworden dat een en ander volledig buiten medeweten van verzoekster is geschied.
6.8.
In haar overzichtsuitspraak heeft de AbRS tenslotte geoordeeld dat de aanwezigheid van minderjarige kinderen in een woning op zichzelf geen bijzondere omstandigheid is op grond waarvan de burgemeester van de sluiting af moet zien. Wel kan de aanwezigheid van minderjarige kinderen tezamen met andere omstandigheden maken dat de burgemeester niet in redelijkheid van zijn bevoegdheid gebruik heeft kunnen maken. Zo is het in het licht van artikel 8 van het EVRM [3] en het Verdrag inzake de rechten van het kind wel van belang dat de burgemeester zich voldoende rekenschap geeft van het feit dat in een woning minderjarige kinderen wonen. Daarbij dient de burgemeester zich te informeren over geschikte opvang, waarbij gekeken moet worden in hoeverre het kind of de betrokken ouders zelf in staat zijn iets te regelen. Blijkens het bestreden besluit heeft de burgemeester zich rekenschap gegeven van de aanwezigheid van de minderjarige dochter en daarbij is door de burgemeester toegezegd verzoekster bij te zullen staan bij het vinden van vervangende woonruimte. Volgens de burgemeester is een en ander ook in een persoonlijk gesprek met verzoekster besproken, maar heeft verzoekster aangegeven dat dit niet nodig zou zijn omdat verzoekster daar zelf voor zou kunnen zorgen. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om aan deze namens de burgemeester gegeven weergave van het gesprek wezenlijk te twijfelen. Overigens is ter zitting namens de burgemeester opnieuw erop gewezen dat – mocht dat nodig zijn bij het vinden van vervangende woonruimte – verzoekster hiervoor altijd contact kan opnemen met de gemeente.
6.9.
Uit de door verzoekster overgelegde medische informatie over de dochter van verzoekster blijkt tenslotte niet van een specifieke gebondenheid aan de woning zelf.
6.10.
Gelet op het vorenstaande ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding om tot het oordeel te komen dat de belangen van verzoekster om het besluit te schorsen zwaarder wegen dan de belangen van de burgemeester bij het in stand laten van het besluit.

Conclusie en gevolgen

7. De voorzieningenrechter komt daarom tot het oordeel dat het bestreden besluit naar verwachting in de bezwaarprocedure in stand zal blijven. Er is dan ook onvoldoende aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Dat betekent dat burgemeester naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter de woning van verzoekster voor 6 maanden mag sluiten.
8. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. drs. J.H.A.C. Everaerts, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van drs. A.F. Hermus-Zoetmulder, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
3 december 2025.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.