3.4.Op grond van artikel 22.63 van het omgevingsplan is het geluid, met het oog op het voorkomen of beperken van geluidhinder, door een activiteit op een geluidgevoelig gebouw niet hoger dan de waarde als bedoeld in tabel 22.3.1.
(afbeelding tabel 22.3.1)
Standpunt van het college
4.1.Het college heeft verzoeker gelast om (1) het gebruik van het perceel ten behoeve van een bakkerij te staken en gestaakt te houden; en (2) de detailhandel vanaf het perceel te staken en gestaakt te houden. Dit kan verzoeker doen door de bakkerij te ontmantelen door middel van het loskoppelen van oven en het aggregaat, op een zodanige wijze dat hergebruik niet zonder meer mogelijk is. Verzoeker kan er ook voor kiezen de oven en het aggregaat van zijn perceel te verwijderen.
Strijd met het bestemmingsplan
4.2.Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het perceel de bestemming “Wonen” heeft en dat uit de controles blijkt dat verzoeker, zonder dat hem daarvoor een omgevingsvergunning is verleend, het perceel bedrijfsmatig gebruikt voor het exploiteren van een bakkerij. Dit is in strijd met artikel 17.1, onder a, en artikel 17.7.1 van het bestemmingsplan. Dat sprake is van bedrijfsmatig gebruik volgt volgens het college onder meer uit het feit dat verzoeker staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder SBI-code 10710, wat mede suggereert dat sprake is van detailhandel, en uit de tijdens de controles afgelegde verklaringen van verzoeker. Daarbij komt dat de bedrijfsmatige activiteiten van verzoeker, te weten het te koop aanbieden van brood aan consumenten, onder de definitie vallen van ‘detailhandel’, zoals opgenomen in artikel 1.23 van het bestemmingsplan. De bedrijfsmatige activiteiten vallen bovendien niet onder de definitie van ‘aan huis verbonden beroep’, zoals opgenomen in artikel 1.4 van het bestemmingsplan, omdat de aard en ruimtelijke impact ervan niet in overeenstemming zijn met de woonbestemming. Op grond van Bijlage 1 (Staat van Bedrijfsactiviteiten) van het bestemmingsplan vallen brood- en banketbakkerijen die minder dan 2500 kg meel per week gebruiken onder milieucategorie 2. Dit betekent dat dergelijke activiteiten op minimaal 30 meter afstand van omwonenden moeten plaatsvinden. Volgens het college voldoet het bijgebouw niet aan deze afstandsvereisten, wat de kans op hinder en overlast voor de omliggende bewoners vergroot. Met betrekking tot het aggregaat op het perceel geldt dat deze een geluidsproductie heeft van 93 dB en dat deze waarde 43-53 dB hoger is dan toegestaan op grond van artikel 22.63 in samenhang met tabel 22.3.1 van het omgevingsplan.
Gelijkheidsbeginsel en vertrouwensbeginsel
4.3.Het college stelt zich op het standpunt dat verzoeker geen geslaagd beroep kan doen op het gelijkheidsbeginsel, omdat zijn situatie niet vergelijkbaar is met een aan huis verbonden beroep. Het college stelt zich ook op het standpunt dat verzoeker geen geslaagd beroep kan doen op het vertrouwensbeginsel. Het enkele feit dat gedurende een beperkte periode niet is opgetreden of dat bij een controle in februari 2023 geen last onder dwangsom is opgelegd, leidt niet tot een gerechtvaardigd vertrouwen dat het college niet handhavend zou optreden tegen de overtredingen. Daarbij merkt het college op dat reeds rekening is gehouden met verzoekers situatie door hem eerst een waarschuwingsbrief te sturen alvorens
over te gaan tot het opleggen van een last onder dwangsom. Daarbij is verzoeker een ruime termijn gegund om de overtredingen te beëindigen.
4.4.Het college ziet, na overleg met de afdeling Ruimtelijke Ordening, geen mogelijkheid voor legalisatie, omdat een bakkerij, ook al is deze niet de volledige werkweek geopend, niet wordt beschouwd als een aan huis verbonden beroep. Bovendien valt een bakkerij onder milieucategorie 2. Dat betekent dat dergelijke activiteiten op minimaal 30 meter afstand van omwonenden moeten plaatsvinden en het bijgebouw voldoet niet aan deze afstandsvereisten, wat de kans op hinder en overlast voor de omliggende bewoners vergroot. Daarnaast zorgen de bedrijfsactiviteiten, zoals productieprocessen, geurhinder, geluidsoverlast en verhoogde verkeersstromen, voor verstoring van de kleinschaligheid en leefbaarheid van een woonomgeving. Een bakkerij wordt gekwalificeerd als detailhandel, waarbij directe verkoop van goederen aan consumenten plaatsvindt, en niet als aan huis verbonden beroep. Het gebruik van het bijgebouw als bakkerij is daarmee in strijd met het omgevingsplan en er worden geen mogelijkheden geboden om hiervan af te wijken. Het aggregaat mag van het college op het perceel blijven, mits deze wordt losgekoppeld en niet meer wordt gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten.
Bijzondere omstandigheden
4.5.Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat niet gebleken is van feiten of omstandigheden die tot het oordeel zouden moeten leiden dat handhavend optreden in deze kwestie onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen belangen.
4.6.Bij het vaststellen van de lengte van de begunstigingstermijn heeft het college rekening gehouden met de noodzaak verzoeker voldoende tijd te bieden om de bakkerij-installatie te ontmantelen en/of te verwijderen en de exploitatie van de bakkerij en de detailhandel daadwerkelijk te beëindigen.
4.7.Bij het vaststellen van de hoogte van de dwangsom heeft het college rekening gehouden met het economisch voordeel dat verzoeker behaalt door de exploitatie van de bakkerij in strijd met de bestemming voort te zetten. Uit verzoekers verklaring blijkt dat hij wekelijks ongeveer 180 broden verkoopt. Het college is uitgegaan van een gemiddelde prijs van € 3,- voor een brood. Hetgeen neerkomt op een omzet van ongeveer € 540,- per week. Dit bedrag vormt het minimale voordeel dat verzoeker behaalt met de exploitatie van de bakkerij. De hoogte van de dwangsom (€ 15.000,-) is zodanig hoog gesteld dat dit voor verzoeker een stimulans geeft om de overtreding te beëindigen. De hoogte van de dwangsom staat volgen het college in een redelijke verhouding staat tot de zwaarte van de betrokken belangen en de beoogde werking van het besluit.